Sinterklaas
Hansje en
Elsje komen uit school met de armen om elkaars schouder.
'Veronica is
niet meer onze vriendin,' zeggen ze.
Moeder is druk
bezig in de keuken. Dus gaan ze naar de kamer en pakken een appel.
Ze nemen er
een grote hap uit. Hmmm! Lekker.
'Toch bestaat
hij wel, hoor! beweert Els met de mond vol.
'Ja,
natuurlijk bestaat hij.'
'Ik wil
cadeautjes hebben, dus bestaat hij.'
'Ja.'
Even is het
stil.
Ze knabbelen
nadenkend verder.
'Maar als het
nou niet waar is?' twijfelt Els.
'Laten we het
aan m'n moeder vragen.'
'Nee, joh! Aan
de Heer Jezus. Die liegt nooit.'
'Nou, m'n
moeder ook niet, hoor! En hoe kan je het nou aan de Heer Jezus vragen?'
Elsje heeft de
oplossing.
Ze weet het
telefoonnummer van de Heer Jezus. Dat heeft ze op de club geleerd.
Weet je wat
het is?
Een vijf en
nog een vijf. Dat moeten ze natuurlijk proberen.
Moeder merkt
er niks van. Ze maakt het eten klaar.
'Pak jij de
hoorn en goed luisteren. Als je hoort zeggen: Met de Heer Jezus, moet je gelijk
zeggen: Met Hansje. Zul je dat doen?'
Hansje belooft
het.
Hij is een
beetje beledigd.
Elsje denkt
zeker dat hij niet bellen kan. Ze draait een drie.
'Stop!' gilt
Hans.
'Fout. Je moet
die hebben, daar!'
Elsje wordt er
zenuwachtig van. Wat nou?
Gewoon opnieuw
beginnen.
Hansje drukt
het knopje in. De tweede keer gaat het beter. Voorzichtig draait Els tweemaal
vijf.
'Tuutttuuuttuuut!'
In gesprek. Er
is zeker een ander kind dat wil bellen.
Maar Els weet
heel zeker dat dat niet kan.
De Heer Jezus
is nooit in gesprek volgens de juf.
De deur gaat
open.
Moeder zit de
kinderen met de telefoon in de hand staan.
'Is er
telefoon?' vraagt ze.
'Nee, mam,
Elsje dacht.'
'Nietes,
Hansje zei...'
'Wat is er
dan? Laat eens horen. Er is niemand.'
Ze legt de
hoorn er weer op.
'Veronica zei
dat Sinterklaas niet bestaat.' zegt Hans.
'En Els wist
het nummer van de Heer Jezus.'
Moeder
begrijpt er niks van.
Het
telefoonnummer van de Heer Jezus??
Ze vertellen
van de club en dat de juf had gezegd: 'Het telefoonnummer van de Heer Jezus is
tweemaal vijf.'
Moeder schiet
in de lach. Ze begrijpt het.
'Dat betekent
dat we moeten bidden. Kijk maar.'
Ze houdt haar
handen omhoog.
O, nou snappen
ze het.
'Wat wilden
jullie eigenlijk aan de Heer Jezus vragen?'
'Of
Sinterklaas wel bestaat.'
Moeder trekt
de twee bengels naar zich toe en knuffelt ze.
'Sinterklaas
bestaat niet, maar de Heer Jezus wel. Zijn jullie nou tevreden?' lacht ze.
'Krijgen we
dan ook geen cadeautjes?'
Jawel, moeder
zal hen helpen om surprises te maken. Dat vinden ze leuk.
En ze maken
ook een cadeautje voor Veronica, want die is toch best een leuke vriendin.