Geef eens wat van Jezus aan je vriendje
Femke van zeven en Coen van vier, vinden
het erg leuk om bij oma lucifersdoosjes klaar te maken. Lucifers er uit,
briefjes er in, pareltjes erbij, een mooi plaatje op de buitenkant...
Weet je wat er op het briefje staat? “Je
bent een parel in Gods hand.”
'Leuk he?' zegt Coen. 'Opa kom je
meehelpen?'
Nee, opa heeft wel wat anders te doen.
Jammer van al die lucifers die je moet
weggooien!
Ze nemen ook een doosje mee voor zichzelf.
De mooiste uitzoeken.
Op een dag loopt er een nieuw meisje in de
straat van Femke en Coen. Ze is op bezoek bij haar oma. Femke en haar
buurmeisje vinden haar aardig en praten wat met haar. Na wat
kennismakingsvragen over en weer vraagt Femke naar het allerbelangrijkste in
het leven: 'Geloof jij in God?'
'Nee,' zegt het meisje wat beduusd. Ze is
zo'n vraag niet gewend.
'Nou ik wel,' zegt Femke.
'Ik ook,' zegt het buurmeisje.
Femke denkt even na. Niet geloven? Nou, dan
mist dat meisje wat! Ze herinnerde zich haar doosje.
'Wacht, ik heb iets moois voor je,' roept
ze en rent weg naar huis om haar eigen pareldoosje te halen.
Het meisje is er blij mee.
'Kijk, die parel ben jij en die schelp is
Gods hand. Jij ben een parel in Gods hand! Mooi hè?'
Het meisje knikt. Femke en haar buurmeisje
gaan giechelend een klapspelletje doen op de wijs van 'Weet je dat de vader je
kent?' Ze verzinnen er spontaan nog wat leuke bewegingen bij. Een klap boven je
hoofd en een draai rond je oren...
Met z'n viertjes, Coen gaat ook mee, lopen
ze naar de moeder van het meisje.
Even later vertellen ze aan Marjon, de
moeder van Femke: 'Weet je wat de moeder van het meisje zei? ''Ik denk dat ik ook maar in God ga
geloven!''