Coen heeft een
vergrootglas
Onder de ouderwetse telefoon
van oma staat een klein plastic ladekastje.
Daarin bewaart oma allerlei
dingen, kaarten, briefjes, krantenknipsels…
Op een dag haalt Femke alle
spulletjes uit het bovenste laatje en zegt: “Dit laatje is voortaan van mij.
Volgende keer, als ik weer kom, oma, breng ik een stickertje mee met mijn naam
erop. Dan kan ik hierin al mijn spullen leggen.”
En zo gebeurt het ook.
Oma krabbelt eens op haar
hoofd en denkt: “Coen wil zeker ook een eigen laatje.
Daarom maakt ze het onderste
laatje ook maar meteen leeg.
Soms legt oma wat kleingeld
in het laatje, soms een klein cadeautje.
En weet je wat er vandaag in
ligt?
Een vergrootglas voor Coen.
Coen gaat meteen alles met
het vergrootglas bekijken.
“Oma, nou heb ik grote
voeten!”
“Kijk eens of mijn ogen
groot zijn,” lacht oma.
Ja, alles is groot, ook de
miertjes die buiten lopen en de grassprieten…
Coen is erg blij met zijn
vergrootglas.
Als pappa en mamma komen
laat hij het meteen zien.
En kleine Senne? Moet zij
geen laatje?
Senne heeft het nog niet in
de gaten.
Ze kijkt in een prentenboek.
Ze kijkt heel secuur.
Ze wijst naar de poes en
zegt: “Mau?”
Weet je dat Senne ook met
haar ogen kan praten en met haar handen?
Er is een plaatje van een
jongen die zijn handen in de lucht steekt.
Senne kijkt naar oma en doet
ook haar handen in de lucht.
Oma moet er wel om lachen.
Die slimme meid.
Ja, als mensen van elkaar
houden begrijpen ze elkaar ook zonder woorden.
Is dat niet prachtig?
Oma kijkt naar Senne’s
mollige polsjes en denkt: “Wat is het toch fijn om kleinkinderen te hebben.
Danku Jezus.”
Dan gaat ze een kaart
schrijven naar Femke, want die is op een kinderkamp.