Senne weet de weg
“Ga je mee wandelen, Senne?
Hou jij maar even de sleutel vast,” zegt opa.
Hij pakt de buggy uit de
schuur. Het is wel een oude, maar hij rijdt nog best.
Senne laat zich optillen en
vastzetten en daar gaan ze, stoepje af, langs de kerk, lekker een ommetje
maken…
Op het bruggetje blijven ze
even naar de eendjes kijken.
Er zijn jonge waterkipjes.
Die piepen luid… Piepieppiep!
Ze zwemmen erg hard voor
zulke kleine dieren.
Moeder waterkip zwemt
vooraan. Zij piept ook al.
Senne wijst met haar
vingertje: “Eente, eente!”roept ze.
Als ze weer naar huis gaan,
doet opa net alsof hij de weg niet weet.
Hij loopt zijn huis voorbij.
Maar Senne weet de weg heel
goed.
“Dees, dees!” roept ze en
wijst naar het huis.
Daar moet opa om lachen. Hij
gaat het gauw aan oma vertellen.
“Onze Senne is zo
bijdehand,” zegt opa.
“Ze weet de weg al.”
Oma geeft haar
kleindochtertje een kusje en denkt: Ik hoop dat ze later ook de weg weet naar
God.””
Tja, daar moet je gewoon
voor bidden.
En niet alleen voor Senne,
maar voor alle kinderen.
Vader, laat de kinderen toch
de weg naar u kunnen vinden. Amen.