Coen, het kerstspook
Het is bijna kerst en de
kerstboom is door mamma, Femke en Coen mooi versierd.
De lichtjes zijn aan en het
is gezellig in de kamer.
In de doos van de
kerstspullen ligt nog een kerstkleed van vorig jaar.
Coen vist het uit de doos.
Wat kun je daar mee doen,
behalve op tafel leggen? denkt hij
Hij trekt het kleedje over
zijn hoofd. Nu is hij een kerstspook.
Boeh! Hier is het
kerstspook! roept hij.
Mamma ziet het niet, want
zij is net aan het bellen.
Pappa ziet het ook niet, die
pakt de boodschappen uit.
En Femke is bezig met
slingers in de boom te hangen.
Coen loopt door de kamer
heen in de richting van Femke.
Hij wil haar bang maken.
Boeh! Ik ben een spook!
Hij steekt zijn handen
grijpend naar voren: Femke, ik ga je pakken…
Ineens ziet mamma het
gevaar.
Coen pas op, zegt ze terwijl
ze de telefoon neerlegt.
Dadelijk…
Pats, rinkedekinkel…
Te laat. Coen heeft de
kerstboom omvergelopen.
Veel bellen zijn kapot en
Femke voelt allemaal prikkels van de dennennaalden.
Mamma is erg boos. Ze geeft
Coen zelfs een tik.
Dat heeft hij wel verdiend,
maar hij brult de boel bij elkaar.
Femke kijkt heel vreemd naar
mamma.
Gisteren hadden mamma en zij
fijn gepraat. Het ging over boos worden.
Mamma zei: Als je boos bent,
moet je eerst tot tien tellen en niet gelijk reageren.
En nu doet mamma het zelf
niet!
Waarom telt u niet tot tien?
vraagt ze.
Mamma is een lieve mamma,
die van Jezus houdt.
Het spijt haar, dat ze
driftig werd.
Sorry, Coen zegt ze. Ik was
een slechte baas. Weet je wat?
Nu mag jij morgen de hele
dag de baas zijn.
Dat vindt Coen wel leuk. Hij
zegt dat ze pannenkoeken moeten eten.
Femke krijgt patat want dat
vindt zij het lekkerste. Senne van 1 jaar vindt tatjes ook lekker.
Het wordt een gezellige dag,
dankzij het ondeugende kerstspook.