Apo en Senne
Senne van anderhalf kan al
veel woordjes zeggen.
Ze begrijpt nog veel meer
woordjes.
Als je vraagt: Waar is je
neus? wijst ze haar neus aan.
Als je haar een foto laat
zien en vraagt: waar is oom Paul? wijst ze oom Paul aan.
Ze leert van kleuterboekjes
met plaatjes.
Waar is de olifant?
Waar is de kikker?
Mamma en pappa lezen haar
vaak voor.
Senne vindt het prachtig.
Boek, boek??
De aap is haar
lievelingsdier.
Opa en oma genieten ervan om
Senne van alles te laten zien.
Opa gaat met haar wandelen.
Ze houdt zijn vinger vast en loopt een straatje rond.
Kom, Senne, zegt opa, nu
gaan we even in de kerk kijken.
Ja, opa en oma wonen in de
pastorie, het huis naast de kerk.
Senne ziet alle banken, de
planten, de geluidstafel.
Ze lopen over het podium.
Daar is nu toch niemand.
Zie je alle
muziekinstrumenten staan?
Een drumstel, een piano, een
geluidsbox…
Hallo Senne, hoort ze ineens
roepen.
Waar komt dat nou vandaan?
O kijk, Coen en Femke staan
boven op het balkon. Ze roepen hun zusje en zwaaien.
Hier zijn we, Senne!!
Het is leuk om in de kerk
rond te lopen.
Het is ook leuk om met opa
te wandelen.
Als opa maar even weg is
roept Senne: Apo! Apo!
Ze draait het woordje om.
’s Avonds in bed liggen opa
en oma nog even na te genieten van die leuke kleinkinderen.
Dankuwel, Jezus, u maakt
onze dagen vrolijk!