Van boze jongens die zo vriendelijk hielpen
'We zullen hem wel krijgen, hoor!'
'Ja, we wachten hem gewoon op! Als de kerkdienst
afgelopen is, slaan we hem met z'n allen in elkaar.'
Deze gemene woorden waren van een stel opgeschoten
jongens, die de evangelist Moody haatten. Ze waren door slechte lui opgestookt
om hem te grazen te nemen. Gelukkig had Moody veel vrienden, die achter het
boze plan kwamen. Ze namen maatregelen. Bij de achterdeur van het gebouw
hielden ze een paard en wagen klaar om hun oude vriend te helpen ontsnappen.
Maar Moody wilde niets weten van vluchten.
Hij ging gewoon door de voordeur naar buiten, stapte
naar de leider van de bende en vroeg vriendelijk: 'Zeg, wil je mijn jas even
ophouden.'
En aan een andere knul vroeg hij: 'Wil je even mijn
bijbel vasthouden?'
Toen hij zijn jas aan had en zijn bijbel weer terug zei
hij: 'Dankjewel jongens. Als jullie zo oud zijn als ik, hoop ik, dat er ook
zulke vriendelijke mensen zullen zijn om je te helpen.
De jongens voelden zich wel voor gek staan. Ze hadden
het lef niet om die aardige man kwaad te doen. Zelfs brachten ze hem veilig
naar de overkant van de straat.
Ja, God had zijn knecht
Moody wel heel veel wijsheid en liefde gegeven. Daar kon niemand tegenop.