Diamanten
Tijdens de grote wereldtentoonstelling in Chicago in de
vorige eeuw, hielden de christenen veel kerkdiensten. Zo zouden die duizenden
toeristen de kans krijgen van de Heiland te horen. Er werden samenkomsten
gehouden in allerlei talen. In het Duits, Spaans, Roemeens en nog veel meer. In
zalen en tenten, kroegen en schouwburgen werd de Blijde Boodschap gebracht.
Degene die de samenkomsten organiseerde, was Dwight
Moody, een vurig prediker, wiens grootste verlangen was mensen voor de Heer
Jezus te winnen.
Als 's avonds de diensten afgelopen waren, verzamelde
hij de predikers in zijn Bijbelschool om te horen hoe het gegaan was. Vaak was
het dan al laat, bij twaalven. Hij bad met hen en bemoedigde hen voor de
volgende dag. Weet je wat het eerste was dat hij vroeg?
'Diamanten, vrienden?'
Een gekke vraag, hè? Moody had toch niet een stelletje
zakkenrollers voor zich? Toch vroeg hij hen naar diamanten.
Hij bedoelde ermee: 'Hebben jullie nog mensen gewonnen
voor de Heer?'
Want Moody wist, dat een ziel meer waard is dan een
diamant.
'Een zondaar,' zei hij wel eens, 'is net een diamant die
in de modder terecht is gekomen.'