De Grote Koning

 

In het begin van deze eeuw werkten er in een dorpje in China zeven mannen om de mensen van Jezus te vertellen. Na een dag of wat op straat te hebben gepredikt, merkten ze dat niemand belangstelling had. Hoe kwam dat toch? Een van hen, Li geheten, was zelf nog maar pas in de Heer gaan geloven. Hij was zo blij, dat hij maar niet kon begrijpen, dat anderen niet naar die blijde boodschap wilden luisteren. Dus ging hij op onderzoek uit.

'Waarom geloven jullie ons niet?' vroeg hij aan de mensen.

'O, nee!' was het antwoord, 'We hebben zelf een god. Die is heel machtig. We noemen hem Grote Koning, Ta Wang.'

Li was benieuwd wat die Grote Koning dan wel kon.

'Ta Wang is heel betrouwbaar!' vertelden ze hem, 'We vieren binnenkort zijn feestdag. Dan dragen we hem rond door het dorp in een draagstoel. Dit jaar wordt zijn feest gevierd op de elfde. Die dag is door onze waarzeggers voorspeld als de beste dag. Al 286 jaar heeft Ta Wang op zijn feestdag voor mooi weer gezorgd. Dat zal hij nu weer doen.'

Zonder na te denken zei Li: 'Dan beloof ik, dat onze God het op die dag zal laten regenen.'

De mensen begonnen hem uit te lachen.

'Oké.' riepen ze, 'We zullen zien! Als het op de elfde regent, dan is jouw God de ware God en zullen we naar jullie luisteren.'

Toen de zes andere vrienden het verhaal hoorden, schrokken ze. Hoe had Li dat zomaar durven zeggen? Als God nou eens niet wilde dat het op die dag regende!

'O, Li,' zeiden ze,' Laten we gauw vergeving vragen aan God, dat jij zo dom was.'

Samen knielden ze neer op de stenen vloer. Maar na het gebed zei Watchman, de leider van de groep: 'Vrienden, God heeft bij de profeet Elia toch ook voor regen gezorgd. Dat staat in de Bijbel. Hij is nog steeds dezelfde. Hij zal ons zeker helpen.'

'Ja, dat is zo.' stemden de anderen in, gelijk enthousiast.

'Laten we het meteen overal gaan vertellen.'

Het nieuws werd al gauw in de hele omgeving bekend. Iedereen lachte hen uit. Ta Wang was immers zo machtig. Toen de elfde aanbrak, werd Watchman gewekt door zonnestralen, die door het dakraampje op zijn gezicht vielen. Het regende dus niet. Vlug wekte hij de anderen.

'Vrienden, het is stralend weer. Laten we God eraan helpen herinneren, dat het vandaag moet regenen.'

Tijdens het ontbijt vielen de eerste druppels al. Even later plensde het van de regen. De straten liepen helemaal onder water. De volgelingen van Ta Wang dachten dat de regen wel op zou houden als ze hun God naar buiten zouden dragen. Ze zetten hem in een draagstoel en sjouwden hem door de straat. Al spoedig gleden ze uit in de blubber. Ta Wang, de Grote Koning viel, brak een stuk van zijn kop en zijn ene arm. Dat was het einde van de namaakkoning. Veel mensen uit die streek gingen in de Heer Jezus geloven. Ze ontdekten dat Hij alleen de echte koning is, die vrede en geluk brengt.