De post bezorgen

 

Elke dag wordt bij ons de post bezorgd. Dat is zo gewoon, daar denk je verder niet over na. Maar zo'n 140 jaar geleden was dat echt niet zo gewoon, vooral niet in Amerika.

Om de post te bezorgen had met jongelui nodig die op paardjes konden rijden helemaal van St. Louis in Missouri naar Sacra­mento in Californië. In de krant werd een advertentie gezet waarin stond:

'Gevraagd: jonge, magere, ijzersterke jongens, niet boven de 18 jaar. Moeten uitstekend kunnen paardrijden en bereid zijn dagelijks hun leven te wagen. Wezen hebben voorrang. Salaris: $ 25,- per week.'

Tachtig jonge mensen solliciteerden erop en kregen een baan bij de Pony Express.

Eerst duurde het wel twee of drie maanden om een brief van de ene kant naar de andere kant van Amerika te sturen. Maar met de Pony Express duurde het maar zeven dagen. Je begrijpt wel, dat dit zich afspeelde voordat er treinen reden.

Er werden meer dan 200 ponyrijders ingezet en ze kregen alle­maal een bijbel. Ze moesten beloven om die bijbel dagelijks te lezen. Ja, ze moesten er zelfs een eed op afleggen. Die ging zo: 'Ik beloof plechtig, dat ik al de tijd dat ik bij de Pony Express werk, onder geen enkele omstandigheid lelijke woorden zal zeggen, dat ik geen sterke drank zal drinken, dat ik niet zal vechten, dat ik eerlijk zal zijn en plichtsgetrouw. Ik zal de naam van de firma niet in opspraak brengen. Zo waarlijk helpe mij God.'

Het was een eer om bij de Pony Express te werken.

 

Die tijden zijn lang voorbij. Maar sommige dingen veranderen niet.

Er is een liedje dat zegt: 'Weet je wel, o christen, dat je een bood­schap­per te voet bent? 'Een boodschapper van God. Laten we er dan ook aan denken, dat we de naam van onze zender hoog houden.