Klein en weinig

 

Het was op een koude januari-avond van het jaar 1850. Over de grote stad Londen woedt een hevige sneeuwstorm. Er zijn bijna geen mensen te zien op straat. Iedereen blijft zo dicht mogelijk bij de warme kachel. Toch loopt er langs de huizen van een kleine straat een armoedig geklede jongen. De wind blaast hem bijna omver. Z'n kleren zitten onder de sneeuw en z'n koude, rode handen heeft hij diep weggestopt in z'n zakken.

Brrr! De jongen rilt. Kon hij maar even ergens schuilen. Maar waar? Zijn oog valt op een openstaande deur. Het is de deur van een kerkje. Charles wipt naar binnen en gaat op de achterste bank zitten.

 

Och, wat zijn er weinig mensen in de kerk. Zelfs de dominee is niet gekomen door het slechte weer. De vijftien aanwezigen wachten tevergeefs op een bemoedigend woord. Nee, toch niet. De schoenmaker staat op om te prediken. Hij is maar een heel gewone man. Hij preekt uit Jesaja 45. Charles luistert aandachtig. Heel aandachtig zelfs...

Die dag neemt Charles Spurgeon de Heer Jezus aan als zijn Verlosser. Deze eenvoudige jongen werd een van de  beroemdste predikers van de vorige eeuw. Als hij sprak zat de kerk stamp en stampvol. Wel vijf- à zesduizend mensen luisterden naar hem. Zelfs nu nog worden zijn boeken bestudeerd.

Honderden kinderen gingen in Jezus geloven door deze jongen, die zo per ongeluk in de kerk kwam.