Op de rand van de afgrond
Het is een pikdonkere maanloze nacht. Over de heide bij
het Engelse plaatsje Bamburgh loopt een jongeman. Hij is op weg van zijn werk
naar huis.
Och, Peter kent de heide wel. Hij loopt er elke dag
over. Er zijn oneffen, begroeide gedeeltes en ook heuvelachtige onbegroeide
stukken. Zelfs is er een stuk, waar je beter 's nachts niet kunt komen. Door
afgravingen zijn er ravijnen gekomen van wel 20 meter diep. Die kant loopt
Peter natuurlijk niet uit. De koude mist maakt alles nog akeliger. Het is soms
net of er een natte deken in je gezicht slaat. Er zijn ook geheimzinnige
geluiden. Een opgejaagde vogel die krijst of een egeltje dat schuifelt. Brrr!
Peter zal blij zijn als hij bij de warme haard zit.
Plotseling hoort hij een stem. Wie zou hem hier op deze
verlaten heide roepen ?
'Ja?' roept hij verbaasd en probeert met z'n ogen de
duisternis te doorboren. Tevergeefs. Niemand antwoordt.
Maar na een paar stappen klinkt het weer: 'Peter!'
Ogenblikkelijk staat hij stil. Niemand te zien of te horen. Net wil hij weer
verder gaan, als hij struikelt. Z'n handen graaien om zich heen om houvast te
zoeken, maar voelen ... niks!! Met een schok beseft hij, dat hij aan de rand
van een afgrond ligt. Bijna was hij naar beneden gestort.
Als die stem er niet was geweest...
Maar wie had hem dan toch gered???
Peter begrijpt dat het God was.
Jaren later, als Peter Marshall een bekende prediker is
geworden, die zelfs voor de president van Amerika mag spreken, vertelt hij nog
hoe de Heer hem heeft gered, daar op die eenzame heide.