Hij heeft nog geen muis
In een groot stenen gebouw wonen monniken. Ze hebben
sombere kleren aan, donkerbruine pijen met grote capuchons. Waarom wonen ze
daar in dat klooster?
Om veel te bidden. Uren en urenlang. Daarom is er ook
een afspraak gemaakt dat men niet overbodig veel praat. Ook maakte men een
afspraak dat niemand iets voor zichzelf vraagt, om zo te leren voor de anderen
te zorgen.
Op een dag zaten alle monniken voor het eten aan tafel.
Ieder kreeg pap opgeschept uit een grote pan. Tot z'n grote schrik zag broeder
Jeronimus dat er een dooie muis in zijn pap dreef. Bah! Wat vies. Wat moest hij
doen? Hulpeloos keek hij van onder z'n grote kap naar de broeder naast hem,
maar die had niets in de gaten.
Ieder lepelde onder grote
stilte zijn bordje pap leeg. Ineens krijgt Jeronimus een goed idee. Hij wenkt
naar de broeder die de pap opschepte en fluistert in zijn oor:
'Broeder, mijn buurman heeft nog geen muis!'