Het meisje dat niet wilde spugen
De communisten werden de baas in China. Overal in alle
steden, plaatsen en gehuchten namen ze de macht over. Ze hadden het vooral
gemunt op de christenen.
Op zekere dag vielen ze een kerkgebouw binnen, juist toen
er een dienst werd gehouden. Alle gelovigen werden bijeengedreven voor in de
kerk. Een van de soldaten rukte een schilderij van Jezus van de muur en smeet
het op de grond.
'Allemaal in een rij staan,' beval hij nors. 'Een voor
een lopen jullie langs dit schilderij en je spuugt erop. Godsdienst heeft
afgedaan! In onze nieuwe wereldorde past geen oudewijvenpraat over God! Dus,
jullie spugen, of... je wordt neergeschoten!'
De dominee en een ouderling waren de eersten die langs
het schilderij moesten lopen. Ze waren bang om te worden doodgeschoten en
spuugden dus. Achter hen kwam een jong meisje. Ze kreeg tranen in de ogen toen
ze zag wat er gebeurde. Snikkend viel ze op haar knieën bij het schilderij. Met
haar mouw veegde ze het spuug van het glas af. Ze raapte het schilderij op en
klemde het tegen zich aan.
'Nooit zal ik op het beeld van Jezus spugen,' huilde ze.
'Schiet me dan maar liever dood.'
Doodse stilte heerste er in de kerk. Zelfs de woeste
soldaten waren onder de indruk.
'Allemaal naar buiten,' commandeerde de leider ruw.
'Alleen de eerste twee moeten hier blijven.'
Allen waren ervan overtuigd dat hun laatste uur had
geslagen, maar eenmaal buiten werden ze vrijgelaten. Twee schoten weerklonken
in het kerkgebouw. Het waren de twee mannen, die op het schilderij hadden
gespuugd, die werden neergeknald. En weet je wat de commandant daarbij zei?
'Als wat je gelooft je leven niet waard is, dan zijn jullie je leven ook niet
waard.'
En daarin had hij meer gelijk dan hij besefte.