Mensen vissen

 

Zoals iedereen weet is de Dode Zee in Israël zo zout dat er geen vis in kan leven. Op een dag stond er toch een visser langs de kant te vissen. Een voorbijganger riep verbaasd: 'Hé man, je weet toch wel dat er in deze zee geen vis zit?'

'O, jawel, hoor!' antwoordde deze, 'Ik heb al bijna beet. St!'

De voorbijganger haalde zijn schouders op en vroeg zacht: 'Zijn het grote?'

'Nou en of,' zei het vissertje. 'Wilt u het soms ook eens proberen? Ik heb nog een emmer en een hengel voor u te koop. Vijfentwintig gulden.'

De man had er wel oren naar, kocht het spul en ging tevreden een eindje verderop zitten vissen. Een poosje later kwam er weer iemand aan.

Hij zag de twee vissers en riep uit: 'Sjonge, wat jammer dat ik m'n hengel niet heb meegenomen, dan zou ik ook een kansje wagen. 'k Wist echt niet dat hier vis zat.'

Ook aan deze man verkocht de visser een emmer en een hengel voor vijfentwintig gulden en dat ging zo nog even door.

Na een tijdje kon men vijf vissers zien vissen in de Dode Zee. Tegen de avond nam de eerste zijn spullen op en ging fluitend naar huis. Hij had een goeie dag.

Honderd gulden gevist.