Het beste moet nog komen
Er was eens een ernstig zieke vrouw, die
nog maar een paar maanden te leven had. Haar dokter vertelde haar dat ze
toebereidselen moest treffen voor haar begrafenis.(Die zaken moeten we
eigenlijk allemaal geregeld hebben, of je nu wel of niet ziek bent.) Ze nam dus
contact op met haar voorganger om een paar dingen door te nemen.
Hij noteerde welke liederen ze gezongen
wilde hebben tijdens de rouwdienst en welke schriftgedeeltes er gelezen moesten
worden en, omdat ze geen familie had,
ook in welke kleding ze begraven wilde worden.
'Ik wil dat mijn bijbel meegaat in de
kist,' zei ze.
Toen alles doorgesproken was wilde de
voorganger vertrekken, maar de vrouw herinnerde zich toch nog één ding, dat
voor haar heel belangrijk was.
'O, ja, pastor,' zei ze, ' Ik wil begraven
worden met een vork in mijn hand'
Wat een vreemd verzoek. De voorganger keek haar vragend aan.
'Wat bedoelt u?'
De vrouw legde het uit. Ze was haar hele leven arm geweest
en had vaak in de kerk gegeten van een liefdemaal. Het was altijd fijn geweest,
maar soms was het wel eens fijner dan fijnst, want dan riep men bij het
afruimen van de tafel, na het hoofdgerecht: 'Vork bij je houden.' Dan begon
voor haar pas echt het feest. Het betekende, dat ze taart als toetje kreeg.
'Als ze zeiden 'Vork bij je houden' wist ik dat er iets
heerlijks kwam.' lachte ze. 'Het was geen vanillevla, nee, iets stevigs:
pudding of appeltaart met slagroom.Nu ik naar de hemel ga, wil ik ook mijn vork
bij me houden, want het fijnste moet nog komen.'
Ontroerd verliet de voorganger de doodzieke vrouw. Hij zou
een hoop uit te leggen hebben in zijn afscheidspreek. Maar wat een hoopvolle
boodschap. Zouden de mensen het begrijpen?