Een sterretje voor Jezus.

 

In het jaar 1899 woonde er in de stad Ongekroonde Koning in Zuid-India een meisje dat Sterretje heette. Zij was erg ongelukkig en zat vol vragen. Een van die vragen was: "Wie is er nou eigenlijk de allerhoogste god?"

Sterretje was namelijk een Hindoemeisje en in die godsdienst zijn er heel veel goden en godinnen. Ze bad tot de aapgod en de slangengod, de koegod en de olifantengod.

Zelfs had ze thuis op zolder en buiten onder de katoenplanten allerlei schuilplaatsjes gemaakt om er te bidden. Als ze zich erg alleen voelde ging ze naar een van die plekjes toe. Weet je waarom ze wilde weten wie de allerhoogste God is? Omdat ze die God iets wilde vragen. Ze wilde namelijk zo heel erg graag van haar nare driftbuien afkomen. Zowat elke dag kreeg ze zo'n aanval. Dan wilde ze schoppen, slaan, gillen en krabbelen. Je begrijpt wel, dat er dus niemand met haar wilde omgaan, Haar broertjes en zusjes niet, haar neefjes en nichtjes niet en zeker niet de kinderen uit de buurt.

Op een keer gooide ze zelfs zomaar een handvol vuil recht in de ogen van een klein meisje. Huilend rende het kind naar huis. Sterretje kreeg heel veel klappen en werd opgesloten. Het hielp allemaal niets. Zodra de bui over was, voelde het meisje zich doodmoe en verdrietig. Ze wilde niet driftig worden, maar ze kon het gewoon niet laten.

"Ik weet hoe ik erachter kom welke God de allergrootste is," dacht Sterretje. "De God die mij van m'n drift af kan helpen, die is de allergrootste."

Op een keertje hoorde ze op het Mooie Veld bij het meer een groep mensen zingen. Nieuwsgierig als ze was, ging ze staan luisteren. Een van de mannen, een Christen, vertelde wat de levende God voor hem had gedaan.

"Vroeger was ik een leeuw," zei hij, "maar nu ben ik een lam."

Sterretjes hart sprong op van blijdschap. Er was dus toch een God die haar helpen kon.

De volgende dag ging ze naar de Christenen toe en stelde heel veel vragen. Er was ook een witte vrouw, Amy Carmichael genaamd. Die vertelde haar van Jezus. Ze toonde haar ook een plaat van Jezus aan het kruis. Met tranen in de ogen keek Sterretje ernaar. Was deze God zo lief, dat hij om haar een ander karakter te geven, aan het kruis was gegaan? Het was net of het licht werd in haar duistere hartje toen ze vroeg of Jezus haar zonden wilde vergeven. Ja, Sterretje was vrij, maar haar familie en de mensen uit het stadje niet. Ze werd geplaagd en heel gemeen behandeld.

Het was bijna niet vol te houden. Toch ging ze door. Tenslotte mocht ze van haar ouders bij tante Amy gaan wonen. Later, heel veel later, schreef deze in een van haar brieven: "Sterretje straalt van liefde voor de mensen. Ze is echt een lichtje voor God."

En dat kwam allemaal doordat dit kleine driftige meisje Jezus had leren kennen.