Spel met de Tien Geboden

Geef elk kind op een blaadje de Tien Geboden en laat hen afstrepen wat er
wordt gespeeld. Na afloop bespreken. Een paar kinderen krijgen een kaartje, met
een opdracht die uitgebeeld moet worden. De kinderen moeten raden welke van de
Tien Geboden er wordt uitgebeeld. Er mag tijdens het toneelspel gesproken
worden
Dit zijn de Tien Geboden:
1. Ik ben de
Here God.
2. Niet voor
andere goden buigen
3. Niet vloeken
4. Op
sabbat/zondag rust houden.
5. Vader en
moeder eren
6. Niet doden
7. Trouw
blijven
8. Niet stelen
9. Niet liegen
10. Niet alles
willen hebben.
1. Je hebt na
moeten blijven van school en je verzint een smoes als je thuis komt als je
moeder vraagt waarom je zo laat bent.
2. Je zit
zogenaamd in een reclameblaadje te kijken en je wilt allerlei dingen uit dat
blaadje hebben
3. Je praat
over voetballen en voetballen en voetballen, als iemand vraagt of je mee naar
de club wil zeg je nee en begin weer over je voetballen.
4. Je bent
altijd goede vrienden geweest met een kind uit je klas, maar nu is er een ander
kind dat je leuker vindt en je laat je eerste vriend/in schieten.
5. In de klas
gaan ze als spelletje glaasje draaien en ze vragen of je mee doet.
6. Jouw
vriendengroep gaat zondagmiddag naar het winkelcentrum om een cadeau te kopen
voor een ziek kind in de klas.
7. Je loopt met
een vriendje naar de metro en je ziet een poster: Een vloek stoort. Je vriendje
vraagt: Wat zouden ze daar mee bedoelen? Jij legt het uit.
8. Je laat een
leuke balpen zien met een rekenmachientje erin. Je buurvrouw vraagt hoe je er
aan komt. Je vertelt dat je die hebt meegenomen uit het warenhuis.
9. Je zit
vreselijk te roddelen over een kind in de klas en je gaat het pesten.
10. Je moet afwassen, maar je hebt er geen zin in.
Je schreeuwt tegen je moeder en doet het niet.