Spel
28 Ga eens
op een ander z’n plaats zitten.
Eén kind staat in het
midden. Alle andere kinderen zitten op hun stoel. Eén stoel is leeg. Een van de
kinderen naast die lege stoel gaat op die lege plaats zitten. De anderen
sluiten snel aan. Het kind in het midden moet proberen om op die lege stoel te
gaan zitten, voordat het volgende kind erop schuift.