Spel 27      Toneelstukje Hersens

 

Hersens heeft hij niet

 

Een aantal jaren geleden werkte er eens op een zeeschip een gelovige matroos. Hij had veel vrienden onder de bemanning, maar de kapitein had een hekel aan hem. Dat kwam omdat Sjonnie altijd christelijke liedjes zong onder zijn werk. Hoewel de kapitein hem vaak de vervelendste karweitjes liet opknappen, was de vrolijke matroos niet klein te krijgen. Op een dag toen een gedeelte van de bemanning op het achterschip aan het werk was, wilde de kapitein hem eens goed voor gek zetten. Alle matrozen moesten aantreden en de kapitein begon.

 

‘Mannen,’ zei hij, ‘zien jullie die mast?’

Ja , die zagen ze.

‘Die bestaat dus… en zien jullie de vlag?

Ja, die zagen ze ook .

‘Die bestaat dus ook en … zien jullie de stuurman in de stuurhut?’

‘Ja daar staat’ ie. Hé Simon!’ schreeuwden ze  geinig.

’… maar zien jullie Sjonnie z’n God?’

‘Nee !’

‘Die bestaat dus niet!’ constateerde de kapitein en draaide zich triomfantelijk om.

Maar Sjonnie liet zich zo maar niet voor gek zetten.

‘Hoho! Wacht even, kapitein,’ riep hij, terwijl hij hem bij de mouw greep, ’ik heb ook nog een vraag aan de jongens te stellen. Mag het even?’

De kapitein kon om zijn gezicht niet te verliezen, niets anders doen dan nog even blijven wachten.

‘Matrozen, zien jullie de kapitein?’ vroeg Sjonnie .

Ja, die zagen ze. Waar zou Sjonnie naar toe willen?

‘Zien jullie zijn gouden knopen en zijn strepen?’

‘Ja!’

‘Mooi zo! En zien jullie zijn verstand?’

‘Nee!

‘Dat heeft hij dus niet.’

 

De kapitein kreeg een kleur als vuur en liep met grote stappen weg.