Spel
1 Pandverbeuren
Nodig: een pand van elk kind, een doek, een
gesloten doosje met opdrachten.
Leg de naam uit. (Je raakt iets
kwijt, een onderpand en je moet het terugkopen door er iets voor te doen)
Alle kinderen leggen een pand onder een
doek.
De leider pakt een pand en zegt: PAND,
PAND, VAN WIE IS DIT PAND?
De EIGENAAR zegt: VAN MIJ, MENEER.
De leider zegt: IK BEN GEEN HEER, IK BEN
EEN MAN, DIE ALLES DOEN EN LATEN KAN. WAT MOET DEGENE DOEN VAN WIE DIT PAND IS?
Een ander kind mag schudden met de doos en
een briefje trekken waarop een opdracht staat. Als de opdracht volbracht is
krijgt het eerste kind het pand terug.
Ga zo de kring rond totdat alle panden
weer terug zijn.
(Men kan ook met groepjes werken.
Een pand per groep, een opdracht voor de
groep.)
Suggesties
voor opdrachten:
Een liedje zingen
Van tien tot nul tellen.
Kopje duikelen.
Een vraag over het onderwerp beantwoorden.
Met je tong het puntje van je neus
proberen aan te raken.
Scheel kijken.
Een bijbeltekst opzoeken
Handen wassen, enz.