
Een aantal
jaren geleden werkte er eens op een groot zeeschip een gelovige matroos. Hij
had veel vrienden onder de bemanning, maar de kapitein had een hekel aan hem.
Dat kwam omdat Humphry nog al eens over de bijbel sprak. Hoewel de kapitein hem vaak de vervelendste
karweitjes liet opknappen, was de vrolijke matroos niet klein te krijgen. Op
een dag toen een gedeelte van de bemanning op het achterschip aan het werk was,
wilde de kapitein hem eens goed voor gek zetten. Hij riep zijn manschappen bij
elkaar en vroeg: 'Zeg mannen, zien jullie de mast?'
Ja, die zagen
ze. 'Mmm... Die bestaat dus... En zien jullie de
vlag?' Ja, die zagen ze ook.
'Die bestaat
dus ook en... zien jullie de stuurman in de stuurhut?'
'Ja, daar
staat' ie. Hé Simon!' schreeuwden ze geinig.
'Die bestaat
dus ook,' grijnsde de kapitein. 'Maar zien jullie Humphry
z'n God?'
'Nee!'
'Die bestaat
dus niet!' constateerde de kapitein en draaide zich triomfantelijk om.
'Hoho! Wacht even, kapitein,' riep Humphry,
terwijl hij hem bij de mouw greep, 'Ik heb ook nog een vraag aan de jongens te
stellen. Mag het even?'
De kapitein
kon om zijn gezicht niet te verliezen niet anders doen dan nog even te blijven
wachten.
'Matrozen, zien
jullie de kapitein?' vroeg Humphry. Ja, die zagen ze.
Waar zou Humphry naar toe willen?
'Zien jullie
zijn gouden knopen en zijn strepen?' De stemming steeg. Ze waren wel in voor
een lolletje.
'Ja!' klonk het uitgelaten. 'Mooi zo! En zien
jullie zijn verstand?'
'Haha! Nee!' 'Dat heeft hij dus niet,' grapte Humphry.
De kapitein kreeg een kleur als vuur en liep met grote stappen weg. De
geschiedenis vermeldt niet of de plagerijen voortaan voorbij waren.
www.bijbelclub.info
Plaatje met dank aan www.christart.com
Puzzel m.m.v.
DiscoveryEducation.com