Activiteit   week 5

Ongeveer 15 minuten 

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

 

Werkje voor Pasen

Om de kinderen uit de paashazen en eierensfeer te krijgen en hen de juiste betekenis van Pasen te leren is het volgende werkje heel geschikt:

 

Nodig:

- een kartonnetje van 16 bij 12 cm.

- een middelgroot lucifersdoosje.

- Twee geknipte papieren engeltjes. (U vouwt een dubbelgevouwen  papiertje van 3 bij 8 cm dubbel en knip dan een half engeltje met twee vleugeltjes.

- Dan de vulling voor het lucifersdoosje:

een doorntje van een roos, een bloempje van een christusdoorn als bloeddruppeltje, een rolletje witte katoen, (de doeken), een stuivertje (Judas), (of een blaadje van de Judaspenning), een gebroken lucifer, (De duivel zijn macht is gebroken), een stukje heel mooie stof voor Jezus' mantel, een spijkertje, een kruisje van twee stukje lucifer met een garendraadje samengebonden tot een kruisje.

- Een grijze papieren cirkel van ong. zes cm doorsnee met erop het woord Pasen.

 

Plak de grijze cirkel op het lucifersdoosje. Het stelt de steen voor het graf voor

Plak het lucifersdoosje met de grijze cirkel erop geplakt onderop in het midden van het kartonnetje van 16 bij 12 cm.

Plak de engelen bovenaan dat kartonnetje. Zij waren bij het graf.

Doe de dingen in het doosje.

En laat de kinderen door dit werkje aan iedereen vertellen wat Pasen is.

 

Spel 5    Raden wat je uitbeeldt

Nodig briefjes met opdrachten

 

Twee kinderen op de gang. Ze krijgen een briefje mee waarop één van onderstaande dingen staat.

Ze mogen even overleggen hoe ze het uit gaan beelden, zonder woorden, dan komen ze voor de groep. Wie raadt het? Die mag een vriendje kiezen om de volgende opdracht te gaan uitbeelden.

 

1. Petrus en de discipelen zijn aan het vissen en zien Jezus aan de kant staan. Petrus stapt overboord.

2. Jezus en de discipelen in Getsemane. Jezus bidt en zij slapen. Tot twee keer toe komt hij hen wakker maken.

3. Storm op het meer. Jezus slaapt en stilt de storm

4. De soldaten bij het graf schrikken omdat Jezus opstaat.

5. De Emmaüsgangers onderweg. Jezus komt erbij en legt hen de bijbel uit.

6. Er komt een leeuw die één van Davids schapen wil stelen. David verslaat de leeuw.