Verhaal week 3Ongeveer tien minuten
Het verhaal van mijn vriend
Door Josine
de Jong
Ik wil je vertellen van mijn vriend
Chris, die door mijn schuld in elkaar geslagen werd en mij toch alles vergaf.
Door hem ben ik geworden wat ik ben, een sociaal werker in de wijk, waar ik als
kind de buurt onveilig maakte. Ik vertel dit verhaal aan iedereen die het horen wil, want het is een verhaal van hoop. Luister.
Onze school, de Meester Baarsschool,
stond precies op de grens van twee wijken. Er zaten kinderen op uit de
Bloemenbuurt, een verwaarloosde vieze buurt, en de Prinsenbuurt. De
Prinsenbuurt was een nette buurt met veel koophuizen en groene plantsoenen.
Mijn vrienden en ik kwamen uit de Bloemenbuurt. We vormden een soort troepje,
dat altijd over straat zwierf en kattenkwaad uithaalde. Veel van mijn vrienden
kwamen uit eenoudergezinnen. Ze leidden een ongeregeld leven en aten maar
wanneer het hun uitkwam of hingen tot in de kleine uurtjes achter de tv, waar
ze niet bepaald veel goeds van leerden. Op school ging het natuurlijk niet al
te best.
Hoe kan het ook anders als je niet
uitgeslapen bent, slecht gevoed, vol vreemde gedachten over de wereld om je
heen. Voor mijn vrienden en mij, was de straat ons thuis, waar we allerlei
dingen naspeelden die we in politieseries op de tv hadden gezien. We bekalkten
muren met onze graffiti, braken de antennes van de auto's af, vernielden
fietsen en tramhokjes, kortom we groeiden op voor galg en rad. Tot op de dag
dat Chris bij ons op school kwam.
'Kinderen, dit is Chris Leeflang,' zei de meester, 'Hij
komt in onze klas. Zorg dat hij zich bij ons op z'n
gemak voelt.'
Chris, met zijn donkere ogen en
krulletjeshaar, grijnsde zo grappig naar ons, dat we hem gelijk sympathiek
vonden. En... hij mocht zowaar naast mij zitten.
'Waar kom je vandaan?' fluisterde ik
toen de meester even niet keek.
'Nieuwland,'
fluisterde Chris terug.
'Weet je waar dat ligt?'
Nou, ik had er nog nooit van gehoord,
maar knikte toch heel arrogant van 'tuurlijk!'
''t Is daar prachtig.' fluisterde
Chris, 'Veel natuur en zo, weet je wel?'
Mmm! zei ik. Die Chris had wat,
vond ik. Iets vredigs, iets vrolijks. Gek, ik kreeg zomaar het verlangen om
meer van hem te weten te komen.
'Zullen we na schooltijd wat
voetballen?' stelde ik maar meteen voor, bang dat anderen Chris van mij zouden
aftroggelen.
Van die dag af waren we de beste
vrienden. En niet alleen ik,
maar nog een paar jongens klitten voortaan om die nieuweling.
Zoals ik al zei: alles veranderde met de komst van Chris. We richtten ons eigen
voetbalclubje op, dat we de 'Eagles' noemden. Chris
hield er niet van dat er geschopt of nagetrapt werd. Dus stelden we onze eigen
strakke regels op. Wie zich daar niet aan hield werd uit de club gegooid. En
voortaan niet meer laat naar bed of ongezond eten. Chris, die wijsneus, toonde
ons uit zijn plakboeken dat een topsporter er alles aan doet om in conditie te
blijven. Dus we aten sla, worteltjes en bruinbrood met kaas. We jogden door het
park en hielden een straatverkoop van onze oude rommel voor de aankoop van
allemaal dezelfde shirts. Zo vlogen de dagen en weken voorbij. We waren bijna
de slechte gewoontes van vroeger vergeten, toen er iets heel naars gebeurde.
Het was juist in de tijd dat jeugd uit de Bloemenbuurt nog al wat auto's had
beschadigd in de Prinsenbuurt. Er was zelfs een artikel over verschenen in het
wijkblad. Dat hitste de woede van de Prinsenbuurter
autobezitters nog meer op. Iedereen was heel alert op de mogelijke daders. Dit
alles was echter volkomen langs ons heengegaan. We hadden wel wat anders aan
ons hoofd. Op die bewuste dag liepen we wat te geinen over de Prins
Hendrikkade. Ach je weet wel, een beetje schreeuwen en
dollen, maar niks slechts. Plotseling viel mijn oog op een Mercedes- embleem,
dat uitdagend prijkte op de neus van een spierwitte dure car.
Hoe ik zo stom was, begrijp ik achteraf zelf niet, maar in
het voorbijgaan rukte ik het er snel vanaf en stak het in mijn zak. Chris,
die voorop liep, had niks gemerkt. Hij was met Jason
in discussie over noppen van voetbalschoenen, of zo. Maar hij kwam er gauw
genoeg achter, want toen we even later bij de sporthal op het hek wilden gaan
zitten kwam er met piepende remmen een auto op ons af. Een paar mannen sprongen eruit met boze en agressieve gezichten.
'Wegwezen!' riep Jason
nog, eigenlijk instinctmatig, en we stoven alle kanten uit. Iedereen, behalve
Chris. Die was het immers niet gewend dat hij achterna gezeten werd. En laf als
we waren, lieten we hem allemaal in de steek...
Laat, heel laat die avond, werden we
gebeld door Chris' moeder. Er was iets vreselijks gebeurd. Chris was zo in
elkaar geschopt, dat hij bewusteloos naar het ziekenhuis moest worden gebracht.
Zijn neus was gebroken, zijn jukbeen dik en opgezwollen. Zwarte korstjes bloed
zaten rondom zijn mond en dagenlang kon hij niet kauwen. Arme Chris. Hij kreeg
de klappen die ik verdiende. En die wij allemaal verdienden. Wij, jongens uit
de Bloemenbuurt, met
onze criminele daden. De mannen die het gedaan hadden, kreeg natuurlijk de
politie op z'n dak. Maar daar was Chris niet mee
geholpen. Met bonzend hart belde ik de volgende dag bij mijn grote vriend aan.
Al mijn zakgeld had ik gestoken in een cadeau: een prachtige leren knetter. Nooit zal ik vergeten hoe Chris daar op de bank zat
met dat toegetakelde gezicht. Maar zijn guitige ogen straalden toen hij zei:
'Ach joh, alles vergeten en vergeven, hè! We blijven vrienden.'
Een tijdje later is Chris weer
teruggegaan naar Nieuwland. Zijn ouders konden het
toch niet wennen in de grote stad. Maar nooit meer heb ik andermans eigendommen
vernield. Ik had mijn lesje geleerd...
Nou zul jij misschien vragen: Hoe komt
het toch dat Chris zo goed kon vergeven? Ja, die vraag stelde ik hem ook. En
weet je wat hij zei? 'Ach,
ik heb zelf ook een vriend, die mijn schuld droeg. Hij heet Jezus. Ken jij hem
al?'...
Zo werd die dag het begin van mijn
leven met God. Begrijp je nou dat ik dit verhaal aan iedereen wil vertellen?