Ongeveer 15 minuten
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
Letterspel
Geef elk kind een papiertje. Prik een letter uit de krant
met een speld.
Ze moeten zoveel mogelijk woorden opschrijven die met dit verhaal
te maken hebben met die letter.
Hebben ze het woord alleen dan krijgen ze tien punten.
Hebben ze het met iemand anders, dan krijgen ze vijf punten.
Hebben ze het met meer kinderen dan krijgen ze twee punten.
Tel na afloop de punten.
Spel 54 De vragenzak
Schrijf een
aantal vragen op briefjes en maak die vast aan een klein cadeautje of een snoepje. Stop die in
een zak of doos.
Laat de zak
of doos rondgaan.
Laat muziek
horen of zing/speel zelf een liedje. Als je plotseling stopt moet het kind dat
de doos/zak in de handen heeft een vraag beantwoorden.
Als het
antwoord goed is mag het kind het cadeautje/snoepje houden. Zo niet, dan gaat
het weer terug in de doos/zak.
Voeldoos
Voorbereiding:
Neem een schoenendoos. Beplak hem leuk. Maak een gat in de
zijkant, zodat je hand erdoor kan. Plak achter dat gat een afgeknipte sok. Doe
allerlei dingen in de doos.
Gebruik:
Om de beurt mogen de kinderen een ding voelen en zeggen wat
het is. Als het goed is mag het eruit gehaald worden. Ze moeten vertellen wat
dat ding met de boodschap van pasen
te maken heeft.
Dingen om in de voeldoos te doen:
Grote spijker.
Een takje van de Christusdoorn (plant. De rode bloemblaadjes
lijken net bloeddruppeltjes)
Kruisje
Slang (de duivel is verslagen)
Appel (De mens zondigde, maar Jezus kwam om de zonde te
betalen)
Duifje (vrede)
Geldstuk (Judas verkocht Jezus voor 30 zilverstukken)
Kroontje (Jezus is koning)
Trompetje (aan iedereen vertellen)
Zakdoek (tranen drogen)
Maantje (nacht)
Zaklantaarn (licht)
Helm (een kleintje van playmobiel, soldaten)
Zwaard (ook van playmobiel)
Enz.