Lezen uit de bijbel week 6
Hebr. 1: 1-5,13,14
Op
velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de
voorouders gesproken door de profeten,
2 maar nu de tijd ten
einde loopt heeft hij tot ons gesproken door zijn Zoon, die hij heeft
aangewezen als enig erfgenaam en door wie hij de wereld heeft geschapen.
4 ver verheven boven
de engelen omdat hij een eerbiedwaardiger naam heeft ontvangen dan zij.
5 Tegen wie van de
engelen heeft God immers ooit gezegd: ‘Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag
verwekt’?
13 Tegen wie van de engelen heeft hij ooit gezegd: ‘Neem
plaats aan mijn rechterhand, tot ik van je vijanden een bank voor je voeten heb
gemaakt’?
14 Zijn zij niet allen dienende geesten, uitgezonden om
hen bij te staan die deel zullen krijgen aan de redding?
Verklaring:
Hier staat duidelijk dat Jezus
Gods zoon en erfgenaam is. Dat de wereld door hem is geschapen, dat hij onze
zonde heeft gedragen en nu aan Gods rechterhand zit.
De engelen zijn hem
onderworpen. Ze zijn maar dienaren. Ze moeten ook ons helpen.
Het is dus dom om tot hen te
bidden, want wij zijn hoger. (door Jezus)