Verhaal week 4Ongeveer tien minuten
NT01 - MARIA'S GROTE GEHEIM (Lucas1)
Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Maria kan er met niemand over praten. Ze heeft iets
meegemaakt... zo onverklaarbaar grandioos! 't Is een
wereldgeheim. Wie zou haar geloven? Haar vader en moeder
niet, haar zusjes en broertjes niet, haar verloofde Jozef helemaal niet.
Ze zouden zeggen: 'Maria, foei! Je fantaseert maar wat.
Je denkt toch niet dat wij dat geloven?'
En als de mensen van Nazaret
haar geheim weten, zullen ze haar misschien wel... doodgooien met stenen!
Daarom zal Maria het aan niemand kunnen vertellen, zelfs niet aan haar beste
vriendin. Dat is heel erg hoor! Want het nieuws is zo bijzonder, ze kan
er ook niet over zwijgen. Zodoende zit ze hier stilletjes na te denken op het
trapje dat de woonruimte van hun huis scheidt van het dierenverblijf. Ineens
springt ze op! Natuurlijk, dat ze daar niet eerder aan dacht. Er zijn toch twee
mensen die haar wel zullen geloven. Pft! Ze blaast
een plukje haar naar achteren... Maar die wonen nogal ver weg...
'Slifslof, slifslof...'
Snelle voetstappen op het droge erf melden dat Anna, haar
moeder eraan komt.
'Maria, waar zit je?' roept ze vrolijk. 'Ah, hier...
Kijk eens wat ik zojuist voor je hebt gekocht: een mooie doek. Ja, nu je sinds
een paar dagen verloofd bent met Jozef de timmerman, moet je buiten deze
hoofddoek dragen...'
Anna houdt de fijne, geweven doek omhoog terwijl ze naar
haar dochter toeloopt om hem weer om te doen. Maria glimlacht vriendelijk. Ze
vertelt haar moeder niets van haar grote geheim. Nog niet! Later misschien.
'Bedankt mam,' zegt ze, terwijl
ze met duim en wijsvinger de stof betast, 'Wat mooi! Ik zal er erg zuinig op
zijn. Maar voordat ik trouw, zou ik nog graag een bezoek brengen aan tante Elisabet en oom Zacharias!'
Moeders ogen blijven vol verbazing op Maria rusten.
'Kind hoe kom je daar nou weer ineens bij? Waarom wil je
dat?'
'Ik zou me kunnen aansluiten bij de rabbi en zijn
familie. Zij gaan immers morgen op reis naar Jeruzalem...' antwoordt Maria
snel, zonder op moeders vraag in te gaan.
Schouderophalend draait Anna zich om, pakt de schaal met
boontjes, die gedopt moeten worden en antwoordt berustend: 'Nou ja, je huwelijk
vindt pas na de oogst plaats... Ik zal er met vader over praten...'
Onderweg naar het dorpje in Juda heeft Maria alle tijd
om de gebeurtenissen die met haar geheim te maken hebben nog eens te
overdenken...
Het was op die dag dat de Romeinse soldaten een man uit
hun stadje kwamen arresteren, een opstandeling. Maria had de bange kreten van
de man gehoord en was naar huis gevlucht met tranen in de ogen.
'O God,' bad ze in 't
halfduister van de kamer, 'zendt ons toch spoedig de Messias om ons te
verlossen van de vijand!'
'Gegroet, meisje dat uitgekozen is door God. De Heer is
met je!' klonk plotseling een stem achter haar. Bliksemsnel draaide ze zich
om. Wie had daar gesproken? Een lichtende persoon stond zomaar in hun kamer...
een engel van God...
Bevend zonk ze op haar knieën.
'Wees niet bevreesd, Maria,' stelde de engel haar
gerust. 'want je hebt genade gevonden bij God. Je zult een kindje krijgen en
hem Jezus noemen. Hij zal de Zoon van de Allerhoogste zijn en op de troon van
David zitten voor eeuwig. Aan zijn Koningschap zal geen einde komen.'
Maria's mond was
kurkdroog van de zenuwen. Als in een droom hoorde ze zichzelf vragen: 'Hoe kan
ik een kind krijgen? Ik ben nog niet getrouwd?'
'Maak je geen zorgen, de Heilige Geest zal het in je
laten groeien.' antwoordde de engel. 'Trouwens, óók je tante Elisabet die nooit kinderen kon krijgen, verwacht over
drie maanden een baby! Want Gods woord heeft kracht!' Maria sloeg haar ogen
neer. Wat een boodschap! Een mens heeft tijd nodig om zoiets groots te
begrijpen. Eerbiedig fluisterde ze tenslotte: 'Ik wil
graag God dienen. Het is goed.'
Daarna verdween de engel...
Nu snap je natuurlijk wel waarom Maria naar tante Elisabet wou. Zij en haar man verwachtten zelf immers ook
een wonder van God! O, ze zou haar voeten wel vleugels willen geven om sneller
te gaan...
Elisabet zit in huis.
Al bijna zes maanden komt ze bijna niet buiten. Ook zij weet niet goed hoe ze
haar geheim aan haar omgeving moet vertellen. Een ding is zeker: zij en haar
man krijgen inderdaad een kind. Precies zoals de engel een half jaar geleden
aan Zacharias had beloofd, toen hij in de Tempel als
priester dienst deed. En dat kind, Johannes moet hij heten, zal de voorloper
van de Messias worden.
In de hoek van de kamer, bij het open venster, zit haar
man Zacharias in een oude boekrol te lezen. Het
kleitafeltje, dat ze gebruiken om met elkaar te spreken, ligt naast hem op de
grond. Sinds die ontmoeting met Gabriël is hij
doofstom.
Plotseling wordt de deur opengegooid. Een zee van licht
stroomt naar binnen.
'Tante Elisabet!' klinkt het
blij. Het is Maria.
'O, tante, ik heb het goede nieuws gehoord!
Gefeliciteerd!'
Ontroerd staat Elisabet op en
loopt haar nicht met uitgestoken handen tegemoet.
'Maria, meisje, ben jij daar?' Maar halverwege staat ze
eensklaps stil en strijkt met haar handen over haar dikke buik. Het kindje bewéégt zo! Het is net of het ópspringt
van blijdschap! Ineens weet Elisabet het! De Heilige
Geest fluistert het in haar hart. Opgewonden roept ze: 'JIJ, MARIA! JIJ ZULT DE
MOEDER WORDEN VAN DE HEER! Wat een eer dat je hier naar toe bent gekomen. Jij
hebt ook de engel gezien! En wat goed van je om zijn boodschap meteen te
geloven. Het gaat zéker gebeuren!'
Nu kunnen ze allebei hun vreugde kwijt. Ze vallen elkaar
in de armen. DE MESSIAS ZAL GEBOREN WORDEN! Er komt een eind aan het lijden van
hun volk. Ook Zacharias, door Elisabet
op de hoogte gebracht, omhelst ontroerd zijn nicht.
En niemand vindt het gek als Maria een lied gaat zingen.
De twee oude mensen neuriën zachtjes mee.
'Mijn ziel maakt de Heer groot en ik ben blij met God.
Een heel gewoon meisje was ik en Hij heeft mij uitgekozen...'