Fil. 2:3
Handel niet uit
geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander
belangrijker dan jezelf.
Geldingsdrang.
Dat is als je je
wilt laten gelden. ‘Kijk eens hoe goed ik ben.’ Je wilt graag alle aandacht en
bewondering van de groep.
Eigenwaan. Een waan is een leugenachtig denkbeeld. Eigenwaan, dan heb je het hoog
in je bol. Het is een soort stom idee hebben, dat je geweldig bent.
Een bescheiden mens is niet een doetje of zo.
Een bescheiden mens denkt ook niet
laag over zichzelf.
Ik geef een voorbeeld. Jan kan mooi
tekenen. Iedereen geeft hem daarover complimenten. Jan denkt dan niet meteen
dat hij Rembrandt is, maar : ‘Leuk dat ze het goed
vinden, maar er zijn nog wel meer mensen die goed kunnen tekenen’
n = l niet
-t
+ ings-
sl = dr
of
+ genwaan, maar
in
- v – n
besch
denheid de
- k + der
+ anrijker
k = n j
+
+ f. Fil. 2:3