Lezen uit de bijbel     week 4

 

 

 

 

Lucas 18:9

 

Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde hij de volgende gelijkenis.

10 ‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër en de ander een tollenaar.

11 De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar.

12 Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.”

13 De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.”

14 Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’

 

Verklaring:

Rechtvaardig

Dat betekent goed.

Recht is goed en vaardig is wat je met je handen doet.

 

minachten

Minachten is minder achten.

 

farizeeër

Een farizeeër is een soort godsdienstleraar.

 

tollenaar

Een tollenaar is een belastingambtenaar.

 

overspelig

Overspelig is ontrouw in het huwelijk.