Lezen uit de bijbel     week 3

 

Exodus 17:8

 

 

Strijd tegen Amalek

 

In Refidim werd Israël aangevallen door de Amalekieten.

Toen zei Mozes tegen Jozua: ‘Kies een aantal mannen uit en trek met hen tegen Amalek ten strijde. Ikzelf zal morgen op de top van de heuvel gaan staan, met in mijn hand de staf van God.’

10 Jozua deed wat Mozes hem had opgedragen en trok tegen Amalek ten strijde, en Mozes ging naar de top van de heuvel, samen met Aäron en Chur.

11 Zolang Mozes zijn arm opgeheven hield, was Israël de sterkste partij, maar liet hij zijn arm zakken, dan was Amalek de sterkste.

12 Toen Mozes’ armen zwaar werden, legden Aäron en Chur een steen bij hem neer, zodat hij daarop kon gaan zitten. Zelf gingen ze aan weerszijden van hem staan, om zijn armen te ondersteunen. Daardoor konden zijn armen opgeheven blijven totdat de zon onderging.

13 Zo versloeg Jozua het leger van Amalek tot de laatste man.

 

Verklaring:

Mozes was de oude leider. Hij deed voorbede voor zijn volk.

Aäron was de hogepriester.

Chur was een helper.

Jozua was de aanvoerder van het leger. Later volgde hij Mozes op.

Refidim betekent zwakte. Het gebeurde vlak voor ze op de Sinaï de Tien Geboden ontvingen. Hun verlangen naar God was verflauwd. Hun geloof stond op een laag pitje. En de Amalekieten vallen juist dan aan. En dan ook nog in de achterhoede.

Alleen gebed kan ons helpen uit de ellende te komen.

 

de staf van God

dat was de vroegere herdersstaf van Mozes. God is onze herder.

 

Zo versloeg Jozua

Jozua vocht, maar Mozes bad. Wie gaf nou de overwinning?