Opdracht
week 2Ongeveer tien minuten
Wat is nederig, hoogmoedig
of heeft er niet mee te maken.
Maak onderstaand lijstje.
|
Nummer |
Stelling |
Hoogmoed/nederigheid/geen van beiden. |
|
1 |
Piet staat op een hoge
ladder. Jan zit op een krukje. |
|
|
2 |
Niemand wil de wc
schoonmaken. Antoine offert zich op. |
|
|
3 |
Jaimie vertelt aan iedereen dat hij de beste voetballer
van zijn club is. |
|
|
4 |
Nebucadnessar liet een beeld voor zichzelf oprichten |
|
|
5 |
De bergbeklimmer stond op
de top van de berg en keek neer op de mensen in het dal. |
|
|
6 |
Als ik mijn avondgebedje
doe ga ik knielen voor mijn bed. |
|
|
7 |
‘Ik alleen ben de koning,’
zei Herodus. Hij gaf de soldaten bevel om het
kindje Jezus in Betlehem te doden. |
|
|
8 |
Ik sta op nummer vier van
de scorelijst en jij? |
|
|
9 |
Kan ik wat voor u doen,
oma? |
|
|
10 |
Er moet in de kerk propjes
geraapt worden. Ik doe dat wel. |
|
|
11 |
De wielrenner wilde de
bergetappe per se winnen |
|
Schrijf nu zo kort mogelijk
op wat volgens jou nederigheid is.
|
|
* Schemawerkje

Maak dit schema in het groot
op een A-4.
Plak een foto van jezelf en
anderen op de onderste cirkels.
-- Als je opschept sta je
zelf bovenaan. Je drukt de anderen naar beneden en vernedert ook God.
-- Als je jezelf een nul
vindt, maak je God een leugenaar, want je bent naar zijn beeld gemaakt. Je bent
dan ook geen leuk mens voor de anderen, want je word er depressief van. Je
cijfert jezelf weg, doet alles voor een ander, maar niks
voor jezelf. Genieten is er niet meer bij. Iedereen misbruikt je. Je bent een looser, een loopjongen voor de opscheppers. Je laat je
gebruiken.
-- Als God boven alles
staat, luister je naar zijn geboden. Dan eer je ook je ouders en opvoeders, Je
hebt een goede leerhouding en bereikt je doel in het leven.