Kringgesprek   week 1

 

Geloof jij?

 

Eigenlijk is dat een rare vraag. Het gaat er om WIE je gelooft.

Geloof je altijd wat je moeder zegt, of je vader, je leraar of je vriend? Geloof je de bijbel?

 

Het gaat er ook om WAT je gelooft.

Bedenk eens iets dat wel of juist niet waar is. Niet hardop zeggen, alleen in je gedachten houden.

Bijv. Ik kan met mijn tong het puntje van mijn neus aanraken. Of: Ik had een tien voor mijn geschiedenisproefwerk.

Om de beurt zeg je dan wat je in gedachten hebt en de anderen steken hun hand op als ze je geloven. Was het waar of niet.

 

Het gaat er ook om HOE je gelooft.

Wat moet er op geloven volgen? Het erop wagen, het doen!

Bijv. Geloof je dat ik je op zal vangen als je springt? Ja? Spring dan.