Activiteit   week 6

Ongeveer 15 minuten 

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

 

Spel 33      Flessen leeggooien

Vul elk een fles met water. Ga achter een bepaalde lijn staan. Om de beurt proberen je met een balletje de fles van een ander om te gooien. Die moet eerst de bal pakken, voordat hij/zij zijn fles weer recht kan zetten. Daardoor loopt zijn fles leeg. Wie houdt het langst ‘levend water’ in zijn fles.

 

Of: Spel : Zwartwit

Laat twee kinderen een groep kiezen. De kinderen van die groep gaan bij elkaar zitten.

De groepsleider heeft een zwart rondje en een wit rondje.

 

De leider stelt één van onderstaande vragen.

De groepsleiders overleggen met hun groep en kiezen dan één van de twee rondjes.

Dat wordt omhoog gehouden.

 

De spelleider geeft het antwoord en controleert of de groep juist had gekozen.

De groep die het fout had moet een opdrachtje uitvoeren.

 

Opdrachtjes:

Zing een liedje.

Noem vier straatnamen.

Noem twee dingen die niet te eten zijn.

Spel het woord ‘vergif’ van achteren naar voren.

Maak vijf dierengeluiden.

Verbind iemands hand met wc papier.

Maak een dansje op je hurken,

Hoeveel is: tien, tien, dubbele tien, vijfenveertig en vijftien?

e.d.

 

Vragen:

1. Iemand liep door het oerwoud en zag twee takjes gekruist op het pad liggen. Hij ging meteen terug. (zwart)

2. Iemand had een wit konijn en gaf hem om de andere dag te eten.(wit)

3. Janneke wilde nooit spruitjes eten. (wit)

4. Iemand zag dat een zwarte kat zijn pad kruiste en geloofde dat hij ongeluk kreeg.(zwart)

5. Jim kocht op de markt een leuke geluksarmband. Daardoor kreeg hij een voldoende voor zijn repetitie. (zwart)

6. Knoflook is erg gezond. Daarom hangt moeder een bosje bij de buitendeur. Dat houdt de boze geesten buiten.(zwart)

7. Irma bracht lege flessen naar de winkel. Daarvoor kreeg ze statiegeld. (wit)

8. De Surinaamse vrouw zette lege flessen in de tuin om geesten te vangen. (zwart)

9. Draag nooit zwarte kleren. Dat is de kleur van de dood. (zwart)

10. Elke donderdag ben ik blij, want dan komt mijn oma. (wit)

11. Als je een amulet in de auto hangt krijg je geen auto-ongeluk. (zwart)

12. Als jij bij me bent voel ik me echt gelukkig. (wit)

13 Ali legde een bijbel onder zijn kussen omdat hij hoopte dat daardoor zijn ouders niet zouden gaan scheiden.