Activiteit   week 4

Ongeveer 15 minuten 

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

 

# touwtrekken.

 

# Teken, knip en plakopdracht.

a.       Teken een lantarenpaal. Iemand heeft met alcohol op te hard gereden en daardoor een kind doodgereden. Familie en vrienden leggen allerlei lieve dingen bij de paal neer.

b.       Teken een winkel met een kapotte ruit. Gisteren zijn er inbrekers geweest, die de ruit insloegen.

c.       Maak een stripverhaal van het verhaal van de verspieders. 1, Ze komen terug met een grote druiventros aan een stok. 2. Ze vertellen dat er reuzen wonen. 3. Twee verspieders zeggen dat God wel kan helpen en tenslotte 4.Teken het volk dat weer terug moet de woestijn in. Je ziet hun ruggen.

 

# Maak een Klaagmuur.

Plak een groot stuk papier op de muur en laten de kinderen er allerlei spijtbetuigingen opschrijven. Echt of verzonnen. Je kunt ook de krant erbij gebruiken.

 

# Ren je rot.

Ze kunnen naar twee punten toe rennen. A of B.

Vragen:

  1. Hoe heet de plaats waar recht wordt gesproken: A. Rechtbank of B. Raadszaal
  2. Wat is een spijtbetuiging? A. Sorry zeggen. B. Een dagvaarding.
  3. Wat is een schadevergoeding: A. Geld wat je moet betalen. B. Geld van de verzekering.
  4. Wat is een getuige? A. Iemand die het voor je opneemt. B. Iemand die het heeft zien gebeuren.
  5. Wat is een schuldgevoel? A. Spijt. B. Het gevoel dat niemand je meer mag.
  6. Wat is genoegdoening? A. Dat je genoeg gedaan hebt en dus straf verdient. B. Geld om de schade te betalen.
  7. Wat is iemand die gewetenloos is? A. Een mens, die zich niets meer herinnert. B. Iemand die geen stemmetje van binnen heeft dat hem waarschuwt dat hij iets verkeerds doet. Of er niet naar wil luisteren.
  8. Wat is naastenliefde? A. Iemand die het goede voor heeft met zijn medemens. B. Iemand die verliefd is op zijn buurmeisje.
  9. Wat is vergeving? A. Alles is weer net alsof er niets gebeurd is. B. Men neemt het je niet meer kwalijk, maar de gevolgen blijven.
  10. Wat is wroeging? A. Je kunt het jezelf maar niet vergeven. B. Vrijspraak.
  11.  Hoe kun je voorkomen dat je een miskleun maakt? A. Nooit meer buitenspelen. B. Alles met de Heer Jezus bespreken.