Verhaal week 3Ongeveer tien minuten
NT23 - HOE VIJF OLIEDOMME
MEISJES HET FEEST MISLIEPEN
Geschreven
door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Stel je eens
voor dat een bruidegom een trouwauto besteld had en dat de chauffeur vergat er
genoeg benzine in te doen. Dan stond die bruidegom aan de kant van de weg en
zijn bruid maar wachten. Dan zou zijn feest toch mooi in de war lopen, hè? In
Jezus' tijd had je geen trouwauto's, maar daarom kon
er nog best van alles misgaan. Vooral wanneer je vijf van die oliedomme
lichtdraagsters had als waarover het in het volgende verhaal gaat...
'Judit!!'
Petra holt
over het stoffige zandpad. Ze hijgt van het harde lopen. Judit,
haar vriendin, die bij de beek kleren zit te wassen, kijkt verrast op.
'Hé, Petra.
Waarom hol je zo hard met deze hitte?'
'Judit... hh... wil je
lichtdraagster zijn?'
Ze wacht niet
op antwoord, maar gaat haastig verder. 'Meneer Joël heeft lichtdraagsters nodig op zijn bruiloft. Doe je
het? Dan zijn we met z'n tienen. Als we ons werk goed
gedaan hebben mogen we op het feest komen. Stel je voor! Joepie!' juicht Judit. 'Een bruiloft.'
Ze pakt haar
vriendin bij de schouders. Samen dansen ze in het rond. Als ze uitgedold zijn,
zegt Petra buiten adem: 'Kom gauw mee. We moeten ons aanmelden bij Amos, de leider van het feest.'
Met de mand wasgoed
tussen zich in lopen ze snel naar huis.
Tien
opgewonden meisjes verdringen zich om Amos heen. De
een vraagt dit en de ander dat. Hij houdt lachend zijn handen voor de oren en
zegt: 'Hoho! Niet allemaal tegelijk, alsjeblieft.'
Dan legt hij
heel precies uit wat ze moeten doen.
'Het werk is
niet moeilijk,' besluit hij, ' Jullie moeten gewoon je licht laten schijnen op
de weg als de bruidegom naar de feestzaal gaat.'
Druk pratend
lopen ze even later weer naar huis. Je begrijpt dat er in de daaropvolgende
dagen over niets anders meer wordt gesproken dan over de komende bruiloft.
Eindelijk is
de avond van het grote feest aangebroken. Vlak bij het dorpje Eskol onder een oude olijfboom, zitten de tien meisjes.
Naast hen op de grond staan hun lampen te branden. De nachtwind speelt met de
vlammetjes. Een meisje vertelt grappen waar iedereen om moet lachen en Petra
fluistert een geheimpje in Judits oor. Maar
langzamerhand wordt het toch stiller onder de olijfboom. De bruidegom blijft zo
lang weg. Het gebabbel houdt op. Ze zijn zo moe. Een voor een vallen ze in
slaap. En de lampen? Die branden door totdat de olie op is. Dan is het voor de
wind een koud kunstje om de vlammetjes uit te blazen. Het is nacht. Het licht
van de bleke maan werpt geheimzinnige schaduwen op de weg. Ineens, toch nog
onverwachts, klinkt het: 'Lang zullen ze leven! Lang zullen ze leven!'
Daar is de
stoet. De meisjes schrikken wakker, Vlug, de lampen! Waar zijn die? In het
donker botsen ze tegen elkaar op. Vlug nou toch. Daar flakkert aarzelend een
lichtje. Het is van Judit. Ze heeft weer olie in de
lamp gegoten. Nog een lamp gaat branden en nog een. Vijf meisjes houden hun
lichten hoog.
'Schiet op! '
roepen ze tegen de anderen.
'We hebben
geen olie meer,' klinkt het geschrokken. 'Kunnen we niet een beetje van jullie
krijgen?'
Nee, dat kan
echt niet. Dan hebben ze straks geen van allen genoeg olie.
'Ga liever
naar Eskol en probeer daar wat olie te kopen. Als
jullie hard hollen haal je ons misschien nog wel in.' stelt Sara voor. Zo
gebeurt ook.
'Zijn jullie
maar met z'n vijven?' vraagt Amos
verbaasd als de stoet bij hen stilhoudt.
'Ja, de
anderen komen zo.' is het antwoord.
'Dan moeten
jullie extra goed je best doen. Houdt je lampen dicht
bij de grond. Waarschuw voor stenen en kuilen. Jullie weten wat de beloning
is.'
De vijf
meisjes werken voor tien. De bruidegom is dan ook heel tevreden over hen. Als
de deur van de feestzaal openzwaait zien ze hem pas goed. Het volle licht
schijnt op zijn rijkgeborduurde jas en op zijn bruidegomskroon. Hij lijkt wel een koning.
'Kom binnen,
vrienden.' lacht hij, 'Jullie hebben fantastisch goed geholpen.'
Achter hen
wordt de deur met een grendel gesloten.
'Bomberdebomberdebom! Bom, bom!'
Wie bonzen
daar zo hard op de deur? Wie roepen daar zo luid?
'Bruidegom doe open!'
Dat zijn de
andere vijf meisjes. Ze zijn te laat. De bruidegom laat zijn bruid en de gasten
even alleen. Hij opent de deur en vraagt verstoord: 'Wat komen jullie doen?'
'Wij willen
erin!' zegt een van de meisjes brutaal. Nu wordt Joël
toch echt kwaad.
'Hoe durf je?
Je hebt de anderen het werk laten doen. Mijn feest was bijna niet doorgegaan
door jullie. En nu wil je naar binnen? Schande! Maak dat je wegkomt. Zulke
vrienden kan ik missen als kiespijn.'
Met een klap
slaat de deur voor hun neus dicht. Daar staan ze nou. Binnen wordt gesmuld,
gedanst en gelachen. Maar zij staan buiten.