Ongeveer 15 minuten
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
* Afgewezen
of aangenomen.
De vijf
dwaze meisjes hadden mooie kleren aan, ze wilden graag naar het feest, maar ze
dachten niet aan het belang van de bruidegom. Hij moest in de nacht licht
hebben op zijn pad.
Jezus zegt
dat wij ons licht moet laten schijnen. Hoe doe je dat? Lees onderstaande
voorbeelden eens.
Welk lichtje
is aan en welk uit? Zet er een lamp of een kruis onder. Het is niet makkelijk. Je moet goed nadenken en misschien vergis je je wel. Alleen God kent je diepste gedachten. Je kunt ook
beter niet te gauw met je oordeel klaar staan. Maar wel kun je jezelf
onderzoeken. Heer, leer mij om mijn licht te laten schijnen.
X
|
Iemand woont
in een prachtig huis. Hij geeft graag een grote gift aan de kerk, dan wordt
het vermeld in het gemeenteblad. Maar zijn bijbel
gaat zelden open. |
Mahmed haalt geld op voor weeskinderen, maar hij doet het alleen
om interessant te zijn. |
Een
zangeres zingt prachtige liederen over God, maar ze doet het om zichzelf te
horen zingen. |
Iemand
wordt in veel kerken gevraagd om te spreken. Hij heeft een eigen website waar
veel mensen om raad komen vragen, Hij neemt allerlei beslissingen met
verstand, maar vraagt nooit hoe Jezus erover denkt. |
Een moeder
zit de hele nacht bij haar zieke pleegkind en bidt of het beter mag worden. |
|
|
|
|
|
|
|
Een jongen
haalt elke woensdagmiddag boodschappen voor zijn blinde buurvrouw. Soms
blijft hij wel eens praten. Hij leest de buurvrouw voor uit de kinderbijbel. |
Jan zijn zusje is gehandicapt. Als de jongens uit de buurt gaan voetballen
loopt hij met zijn zusje door het park en wijst haar op de mooie bloemen, die
God heeft geschapen. Het zusje begrijpt hem niet eens. |
Mary is
een vrouw die verslaafd is geweest. Ze heeft een afkickcursus gevolgd en is
in Jezus gaan geloven. Nu heeft ze problemen met haar ex, die haar dochtertje
van haar wil laten afpakken. |
Herbert is een dakloze, die als kind naar de zondagsschool ging,
maar later verkeerde dingen is gaan doen. Soms bidt hij tot God als hij geen
eten heeft. Als het erg koud heeft geeft hij zijn deken aan een zwerfster met
een rode neus, omdat ze zo hoest. |
Winny gaat
elke week naar de zondagsschool. Ze kent altijd haar tekst en maakt haar
opdrachten netjes af. Ze houdt veel van Jezus, maar durft er niet op school
over te vertellen. |
|
|
|
|
|
|
|
Sandir is een arme boer in India. De mensen haten hem omdat hij
christen is. Vaak wordt
hij bij de put weggejaagd met stenen. |
Urenlang
loopt Susan door de wildernis om kinderen in afgelegen dorpen te bezoeken. Ze
leert ze lezen en schrijven. Als ze ’s avonds op de harde vloer in slaapt
valt, dankt ze Jezus. |
Margreet is verpleegkundige. Ze heeft altijd een vriendelijk woord
voor iedere patiënt. Op haar werk mag ze niet over God praten, maar
thuisgekomen gaat ze voor al die zieken op haar knieën. |
Maar als
er een kind in de klas thuis moet blijven omdat hij een gebroken been heeft
is |
Nashrin spreekt slecht Nederlands. Ze komt uit Iran, daar moesten
ze vluchten omdat ze Christenen zijn. Ze draagt altijd een zwarte hoofddoek.
Als je bij haar thuis komt zijn haar ouders erg gastvrij. |
|
|
|
|
|
|
Jezus zegt: Wat
je aan één van de minsten hebt gedaan, dat heb je aan mij gedaan.
*Of: Toneelspel over kaarsjes.
Je kunt dit ook klassikaal doen. (bibliodrama) Elk kind speelt dan voor zichzelf, terwijl jij
het verhaal vertelt. Regel
hierbij is: raak elkaar niet aan en luister goed. Iedereen
zoekt een plek in het lokaal waar hij vrij staat.
Er worden
allemaal kaarsjes gemaakt in een kaarsenfabriek. Ze zien er erg mooi uit. Allerlei
vormen. De mooiste zijn gewoon wit en slank. Ze gaan
de wereld in, ieder naar zijn eigen huis. Op een dag merkt één kaarsje dat ze
een deuk in haar kop heeft en bobbels langs haar lijf. Ze kijkt in de spiegel
en schrikt. Ze gaat naar de kaarsendokter en die vertelt dat het door het aansteken
komt. Hij haalt de ergste bobbels weg en het kaarsje wil niet meer aangestoken
worden.
Als er thuis
iemand vraagt: steek je lichtje aan, want het is donker en ik zie niet waar ik
loop, doet ze het niet.
Overal om
haar heen hoort ze gekreun en gejammer, maar ze weigert licht te geven. Tenslotte is er iemand die over haar heen valt en dan is ze
zelf ook gebroken. Een oud, bijna opgebrand kaarsje licht nog even bij en zo
kan ze weer aan elkaar gesmolten worden. Voortaan wil ze wel branden. Als ze
bijna op is komt er een nieuwe kaars binnen, die het licht van haar overneemt. Iedereen
blij.