Activiteit   week 3

Ongeveer 15 minuten 

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

 

* Afgewezen of aangenomen.

De vijf dwaze meisjes hadden mooie kleren aan, ze wilden graag naar het feest, maar ze dachten niet aan het belang van de bruidegom. Hij moest in de nacht licht hebben op zijn pad.

Jezus zegt dat wij ons licht moet laten schijnen. Hoe doe je dat? Lees onderstaande voorbeelden eens.

Welk lichtje is aan en welk uit? Zet er een lamp of een kruis onder. Het is niet makkelijk. Je moet goed nadenken en misschien vergis je je wel. Alleen God kent je diepste gedachten. Je kunt ook beter niet te gauw met je oordeel klaar staan. Maar wel kun je jezelf onderzoeken. Heer, leer mij om mijn licht te laten schijnen.

    X

Iemand woont in een prachtig huis. Hij geeft graag een grote gift aan de kerk, dan wordt het vermeld in het gemeenteblad. Maar zijn bijbel gaat zelden open.

Mahmed haalt geld op voor weeskinderen, maar hij doet het alleen om interessant te zijn.

Een zangeres zingt prachtige liederen over God, maar ze doet het om zichzelf te horen zingen.

Iemand wordt in veel kerken gevraagd om te spreken. Hij heeft een eigen website waar veel mensen om raad komen vragen, Hij neemt allerlei beslissingen met verstand, maar vraagt nooit hoe Jezus erover denkt.

Een moeder zit de hele nacht bij haar zieke pleegkind en bidt of het beter mag worden.

 

 

  

 

 

 

 

Een jongen haalt elke woensdagmiddag boodschappen voor zijn blinde buurvrouw. Soms blijft hij wel eens praten. Hij leest de buurvrouw voor uit de kinderbijbel.

Jan zijn zusje is gehandicapt. Als de jongens uit de buurt gaan voetballen loopt hij met zijn zusje door het park en wijst haar op de mooie bloemen, die God heeft geschapen. Het zusje begrijpt hem niet eens.

Mary is een vrouw die verslaafd is geweest. Ze heeft een afkickcursus gevolgd en is in Jezus gaan geloven. Nu heeft ze problemen met haar ex, die haar dochtertje van haar wil laten afpakken.

Herbert is een dakloze, die als kind naar de zondagsschool ging, maar later verkeerde dingen is gaan doen. Soms bidt hij tot God als hij geen eten heeft. Als het erg koud heeft geeft hij zijn deken aan een zwerfster met een rode neus, omdat ze zo hoest.

Winny gaat elke week naar de zondagsschool. Ze kent altijd haar tekst en maakt haar opdrachten netjes af. Ze houdt veel van Jezus, maar durft er niet op school over te vertellen.

 

 

 

 

 

 

 

Sandir is een arme boer in India. De mensen haten hem omdat hij christen is.

Vaak wordt hij bij de put weggejaagd met stenen.

Urenlang loopt Susan door de wildernis om kinderen in afgelegen dorpen te bezoeken. Ze leert ze lezen en schrijven. Als ze ’s avonds op de harde vloer in slaapt valt, dankt ze Jezus.

Margreet is verpleegkundige. Ze heeft altijd een vriendelijk woord voor iedere patiënt. Op haar werk mag ze niet over God praten, maar thuisgekomen gaat ze voor al die zieken op haar knieën.

Jim stottert en hij is erg onhandig. Op gym is hij een loser.

Maar als er een kind in de klas thuis moet blijven omdat hij een gebroken been heeft is Jim de enige die hem zijn huiswerk brengt.

Nashrin spreekt slecht Nederlands. Ze komt uit Iran, daar moesten ze vluchten omdat ze Christenen zijn. Ze draagt altijd een zwarte hoofddoek. Als je bij haar thuis komt zijn haar ouders erg gastvrij.

 

 

 

 

 

 

 

 

Jezus zegt: Wat je aan één van de minsten hebt gedaan, dat heb je aan mij gedaan.

 

*Of: Toneelspel over kaarsjes.

Je kunt dit ook klassikaal doen. (bibliodrama) Elk kind speelt dan voor zichzelf, terwijl jij het verhaal vertelt.  Regel hierbij is: raak elkaar niet aan en luister goed. Iedereen zoekt een plek in het lokaal waar hij vrij staat.

 

Er worden allemaal kaarsjes gemaakt in een kaarsenfabriek. Ze zien er erg mooi uit. Allerlei vormen. De mooiste zijn gewoon wit en slank. Ze gaan de wereld in, ieder naar zijn eigen huis. Op een dag merkt één kaarsje dat ze een deuk in haar kop heeft en bobbels langs haar lijf. Ze kijkt in de spiegel en schrikt. Ze gaat naar de kaarsendokter en die vertelt dat het door het aansteken komt. Hij haalt de ergste bobbels weg en het kaarsje wil niet meer aangestoken worden.

Als er thuis iemand vraagt: steek je lichtje aan, want het is donker en ik zie niet waar ik loop, doet ze het niet.

Overal om haar heen hoort ze gekreun en gejammer, maar ze weigert licht te geven. Tenslotte is er iemand die over haar heen valt en dan is ze zelf ook gebroken. Een oud, bijna opgebrand kaarsje licht nog even bij en zo kan ze weer aan elkaar gesmolten worden. Voortaan wil ze wel branden. Als ze bijna op is komt er een nieuwe kaars binnen, die het licht van haar overneemt. Iedereen blij.