Ongeveer 15 minuten
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
# In de
kring zitten. Geef een stokje door tijdens een lied. Als de muziek
afgezet wordt, willekeurig, dan moet degene die het stokje heeft een spreekwoord
afmaken. Als hij/zij het niet kan is heeft hij een straftouwtje, een gekleurd
draadje als ketting om zijn nek. Omdat veel kinderen tegenwoordig niet zo goed
zijn in spreekwoorden, kun je ook de antwoorden
op strookjes schrijven en neerleggen/ophangen. Dan
moeten ze kiezen. Wie de minste touwtjes heeft wint.
Hier volgen de spreekwoorden:
|
Wie een kuil graaft voor een ander |
valt er zelf in. |
|
Een gewaarschuwd man |
telt voor twee. |
|
De bal |
misslaan. |
|
Al is een leugen nog zo snel |
de waarheid achterhaalt hem wel. |
|
Wie zijn billen brandt moet |
op de blaren zitten. |
|
Een leugentje om |
bestwil. |
|
Wie het laatst lacht |
lacht het best. |
|
Gestolen geld |
gedijt niet. |
|
Zijn handen wassen in |
onschuld. |
|
Zo de waard is |
vertrouwt hij zijn gasten. |
|
De vogel is |
gevlogen. |
|
Wat jij niet wilt dat jou geschiedt |
doe dat ook bij een ander niet. |
|
Eerlijkheid |
duurt het langst. |
|
Wie goed doet |
goed ontmoet. |
|
Achter de wolken |
schijnt de zon. |
|
Hij kan de zon |
niet in het water zien schijnen. |
|
We zullen dit varkentje |
wel eens wassen. |
|
Het gaat het ene oor in |
het andere uit. |
|
Men noemt geen koe bont |
of er zit wel een vlekje aan. |
|
Zo gewonnen |
zo geronnen. |
|
Veel beloven en weinig geven |
doen de gekken in vreugde leven. |