Lezen uit de bijbel week 4
Deut. 6:4-10
Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!
5 Heb daarom de HEER, uw God,
lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.
6 Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten.
7 Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als
u naar bed gaat en als u opstaat.
8 Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd.
9 Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.
Verklaring:
Luister,
Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!
Dit is de
geloofsverklaring van de Joden, ook wel het Sjema genoemd.
Deze zin
staat ook in het doosje wat ze bij het bidden op hun voorhoofd gebonden hebben.
Deze
woorden staan ook op de mezoeza,
het kleine kokertje dat ze aan de deurpost bevestigd hebben om precies te doen
wat God had gezegd. Als een Jood sterft zijn dit zijn laatste woorden.
Draag ze
als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd.

Dit zijn de
gebedsriemen, de tefilim.
Ze binden die om hun armen en voorhoofd vóór het bidden. De knopen zijn in de
vorm van bepaalde letters, een j en een d. Het teken dat je ziet is de letter s
in het Hebreeuws. Die staat voor Sjaddai, één van de
namen van God.
Schrijf
ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.
Dat doet men nog steeds. Er is een kokertje aan de deurpost
bevestigd, waarin de geloofsbelijdenis zit op perkament geschreven. Bij het
binnenkomen en bij het naar buiten gaan wordt dat doosje aangeraakt en gekust.