Opdracht
week 2Ongeveer tien minuten
Met God spreken is net als
met een gsm. Er is er één die luistert en er is er één die spreekt. Luisteren
en spreken moet om de beurt.
Als je tot God bidt moet je
ook naar Hem luisteren. Anders heb je geen relatie met Hem.
De kinderen hieronder praten
met God en Hij zegt iets terug. Soms begint God eerst, soms begint het kind
eerst. Kun jij bedenken wat ze tegen God zeggen of wat God tegen hen zegt?
Schrijf het op de lege regel.
Als je niets kunt bedenken
zoek dan uit welke zin bij welk kind hoort.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ik voel me gelukkig dat ik
lekker hard heb gewerkt, Jezus.
Ik ben blij dat je in mijn
woord leest,
Ik ben altijd bij je, Chris.
Waarom wil je belangrijker
zijn dan de ander? Ik houd van jullie allebei.
Ik vind u erg lief, Vader in
de hemel, jammer dat ik u niet kan zien.
Wat fijn dat je zo goed je
moeder hebt geholpen, Anouk.
Tijd om met mij te praten, Achmed.
Ik voel me zo verlaten en
niks waard, Here God.
Kleur de uitspraken van God
rood.