Activiteit week 2Ongeveer 15 minuten
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
1.
Hints
Maak een aantal kaartjes met de volgende zinnen erop. Om de
beurt moeten ze iets uitbeelden zonder te praten. De anderen moeten het raden. Maak twee groepen. De bekende gebaren van hints
kun je hierbij gebruiken, bijv. eerste woord, twee
lettergrepen, enz.
A. Spreekwoord: Wie niet horen wil moet
voelen.
B. Neem een voor hen bekend liedje over
luisteren of spreken met God.
C. Bijbeltekst: Spreek Heer, want uw dienstknecht luistert.
D. Gebeurtenis uit de bijbel. Neem een bekend verhaal of: Elia
op de berg Karmel.
E. Spreekwoord: Met een half oor
luisteren.
F. Spreekwoord: Kleine kopjes hebben
grote oren.
G. Spreekwoord: Men kan een speld horen
vallen.
H. Spreekwoord: Horen zien en zwijgen
I.
Spreekwoord:
De liefde kan niet van één kant komen.
J. Bekend lied van de tv. Bedenk wat ze
kunnen weten.
K. Bekende film: …..
Of: Ik wil je beter leren kennen
Laten de
kinderen elkaar interviewen. Geef ze allemaal pen en een papier. Ze mogen drie
vragen stellen aan elkaar. Maar de ander mag ook zeggen: Geen commentaar.
Andere vraag.
Voorbeeld
van een vraag: Wat is je lievelingssport. Welk vak
vind je het leukst op school. Heb je nog een opa en oma? Welk eten vind je het
lekkerste.
Na afloop
mogen ze hun bevindingen voorlezen.
God is ook
geïnteresseerd in al je dingen, wat je lust en wie je vriendje is.