Programma Nr.3
Week 6 Hoe moet je bidden?
Geschreven
door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)
Lezen uit
de bijbel week 6
Deut. 8
Vergeet in voorspoed de HEER niet
1 Leef alle geboden die ik u vandaag voorhoud strikt na.
Dan zult u in leven blijven, in aantal toenemen en het land dat de HEER uw voorouders onder ede heeft beloofd,
binnengaan en het in bezit nemen.
2 Denk aan de tocht die de HEER,
uw God, u door de woestijn heeft laten maken, veertig jaar lang. Hij wilde u
zijn macht laten voelen en u op de proef stellen, om te ontdekken wat er in uw
hart leefde: gehoorzaamheid aan zijn geboden of niet.
3 U hébt zijn macht leren kennen:
hij liet u honger lijden en gaf u toen manna te eten, voedsel dat u nooit
eerder had gezien en uw voorouders evenmin. Zo maakte hij u duidelijk dat een
mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat de mond van de HEER voortbrengt.
4 Veertig jaar lang raakten uw kleren niet versleten en
zwollen uw voeten niet op.
5 Laat ieder van u
dan beseffen dat de HEER, uw God, u
opvoedt zoals een vader zijn kind opvoedt.
6 Leef daarom zijn geboden na door de weg te volgen die hij u
wijst en door ontzag voor hem te tonen.
Verklaring:
Strikt. Dat betekent precies.
‘Dat zal ik
nooit meer vergeten, echt niet, mijn leven lang.’
Heb je
zoiets wel eens gezegd of in een boek gelezen?
Zijn er
mensen die iets heel liefs voor je doen, waar je dankbaar voor bent?
Stel je
voor dat iemand je redt uit de zee met gevaar voor eigen leven zou je dat dan
vergeten?
Wat is ‘een
ondankbare hond?’
Er is een
spreekwoord dat zegt: ‘Ondank is ’s mensen loon. Wat betekent dat?’
Dank je je ouders ook wel voor de kleine dingen die ze doen? Bijv.
eten klaarmaken, wassen, geld verdienen, schoonmaken,
met je naar de dokter gaan, enz.
Wat doet
God allemaal in je leven? Wat deed Jezus voor je?
OT59 - De
uiteindelijke overwinnaar ben IK!
Geschreven door Josine
de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Het is heel stil in het
grote paleis van de Farao. Iedereen probeert zo min mogelijk lawaai te maken.
De kamerdienaars lopen op pantoffels en in de keuken zet men voorzichtig de
pannen op het vuur. De kinderen mogen geen tikkertje spelen en lachen. Weet je
hoe dat komt?
De Farao is in de rouw.
Op zijn hoge en verheven
troon zit heerser van Opper- en Neder Egypte. Een slanke man met een gestreepte
hoofddoek om waarboven een gouden kroon met een slangenkop. Zijn ene gespierde
blote arm rust op de gouden leuning en met zijn andere arm ondersteunt hij zijn
kin.
Het lijkt wel of hij uit het
wassenbeeldenmuseum komt. Geen teentje beweegt, geen vingertje wordt
verplaatst. Of hij bedroefd is of boos, niemand kan het zeggen. De Farao is een
ster in het verbergen van zijn emoties. Hij heeft altijd een pokergezicht.
Maar van binnen, onder zijn
ronde gekleurde kralenkraag, woedt en stormt het. En boze
gedachten vliegen als vechtende kraanvogels door zijn kaalgeschoren kop!
Hoe is het mogelijk! HIJ DE
GODENZOON, DIE NIET GEBOREN IS MAAR UIT DE HEMEL IS KOMEN VAREN OVER DE NIJL,
HEEFT DE NEDERLAAG GELEDEN!! Zijn oudste zoon wordt
binnenkort als mummie bijgezet in een piramide. Walgelijk waanzinnig! En het
ergste is nog wel, dat hij is verslagen door de god van een slavenvolk. Wilde
woede borrelt in zijn binnenste omhoog, maar die woede kan er niet uit. Alleen
een klein trekje om zijn mond verraadt zijn woede.
Bij de tien meter hoge marmeren pilaar vóór
in de ontvangstzaal is een man komen staan met gebogen hoofd. Hij wacht tot de
Farao toestemming geeft dat hij verder mag komen. De opperkamerheer heeft hem
ook zien staan. Hij zoekt oogcontact met de Farao om te weten of de man wel of
niet dichterbij mag komen. Eén kleine beweging van diens wijsvinger is genoeg
om te zeggen: ‘Laat de koninklijke
spion naderbij treden.’
De binnengekomen man loopt
snel naar voren en valt plat op zijn gezicht voor zijn meester.
“Farao, ik ben net terug van
het verspieden van de Hebreeërs. En ik heb goed nieuws. Het slavenvolk is naar
het zuiden getrokken, richting Rietzee, niet langs de weg van de Filistijnen.
Ze zijn nu al verdwaald, wat kun je ook anders verwachten van een onontwikkeld
herdersvolk. Er zit geen greintje gezond verstand in hun hersens…’
‘Zwijg!…’ roept de
opperkamerheer. ‘ De Farao kan zelf wel conclusies trekken. Als je verder niets
meer te zeggen hebt, kun je vertrekken.’
Farao heeft zich nog steeds
niet bewogen.
’t Is druk vandaag, want alweer komt er een man op
audiëntie. Het is de architect van de twee voorraadsteden Pythom
en Ramses. Hij maakt alleen maar een vlugge
kniebuiging voor de Farao.
“Majesteit,’ roept hij boos, zonder op toestemming te wachten, ‘met
alle respect, zo kan ik niet werken. Dit is gekkenwerk. De hoogverheven heerser
heeft een termijn gesteld dat mijn werk gedaan moet zijn, maar nu alle slaven
weg zijn, ligt de hele bouw stil!’
‘De geachte architect heeft
zijn boodschap goed overgebracht. Hij kan gaan!’ roept de Opperkamerheer snel.
Hij ziet de bui al hangen. Dit kan Farao er niet meer bij hebben.
Even blijft het stil in de
troonzaal. Je hoort slechts het zoemen van een bromvlieg en het ruisen van de
grote waaiers achter de troon.
Dan onverwacht komt er een
diepe grommende stem vanaf de troon:
‘DE UIT-EIN-DE-LIJKE
OVER-WINNAAR BEN IK!!!’
O, het is de Farao. Hij
spreekt!! De lierspeler, die al die tijd zachte muziek
had zitten spelen geeft geschrokken een driftige roffel op alle snaren, wat iedereen wakker schrikt. En de trommelslager doet er
nog een duitje bovenop.
Farao SPREEKT EN BEWEEGT! Nu
is hij geen wassenbeeld meer. De agressie vindt een uitweg.
‘Roep de generaal van de
cavalerie hier, onmiddellijk!’ klinkt zijn bevel.
Binnen het uur zitten 600
tot de tanden toe bewapende cavaleristen op de strijdwagens. Ze jagen de
raspaarden op met lange zwepen: “Voort, voort, de slaven achterna. We halen ze
met geweld weer terug!!’’ is de yell.
Klopperdeklopperdeklop!
Hoor je die paardenhoeven
neerkomen op de zandweg?
Mouni, de Egyptische kampioen paardrijden is de groep zeker
een half uur voor. Hij verkent de weg. Zodra hij een belangrijke boodschap voor
de Farao heeft, stapt hij af en schrijft een teken op een steen, waarna hij
weer snel op zijn paard springt.
Net was er zo’n moment. ‘Hebreeërs verdwaald,
volg pijlen,’ liet hij als boodschap achter.
Hier en daar verzamelt hij
wat informatie bij rondtrekkende bedoeïenen en zet zijn pijlen dan richting de
Rietzee. ‘Pi-Hachiroth’ schrijft hij op een grote
rots.
Op die manier is het voor
Farao en zijn ruitervolk gemakkelijk om de weg te vinden.
Tegen de avond staat Mouni op een heuveltop en bekijkt de verrichtingen van het
volk. Ja hoor! Ze zitten als ratten in de val. Dat wordt een makkie.
‘Een makkie,’
denkt de Farao ook, als hij na een uurtje of wat met zijn ruiterbende bij
dezelfde heuvel aankomt. ‘Dit keer heeft Jahweh hen niet kunnen helpen. Mooi
zo. Over een paar uur zal hij weer op de terugweg zijn met zijn buit! Farao’s
blik wendt zich naar de verrichtingen van de priester van Ra, die de
avondrituelen uitvoert, gebeden opzegt, voordat de zon ondergaat.
Maar zo simpel als het leek
was het toch niet. Er komt een soort dikke mist opzetten, zodat de Prr-mensen, zoals de Hebreeën worden genoemd, omdat ze bij
het schapenhoeden steeds prr roepen, niet meer te
zien zijn. Dat wordt minstens een dag vertraging. Maar goed, daar komen ze ook
wel overheen.
Mouni loopt al een tijdje met de gedachte om te proberen
dichter bij de Hebreeën te komen. Als het hem lukt en hij met belangrijke
informatie bij de Farao aan komt zetten, wacht hem een grote beloning. Slim als
hij is bindt hij lappen om de poten van zijn paard om het geluid te dempen en
voert zijn dier aan de leidsels mee de mist in en de nacht. Kloppekloppekloppe.
Doodse stilte, mist en duisternis alom.
Tegen de ochtend is hij
terug, total loss.
‘Farao! Farao! Heer van
Opper en Neder Egyp…’
Half struikelend en naar
adem happend valt hij de tent van Farao binnen.
‘Meester, er is … het is… magie… een hevige
wind heeft een pad in de zee gemaakt en de Hebreeën…. hhh…lopen… naar de overkant!!
En die wolkkolom daar… is aan de andere kant vurig verlicht!!’
Het bericht slaat in als een
bom. Farao holt woedend naar buiten, springt op zijn raspaard en mobiliseert
zijn leger.
De wolkkolom is aan het
wegtrekken in de richting van de zee. Je kunt nu al de rivier zien. Ja, wonder
van alle hemelse wonderen: DAAR IS EEN PAD IN DE RIVIER!!
Aan weerszijden van dat pad rijst het water als een muur omhoog.
‘Aanvallen, machtig leger
van Egypte,’ roept Farao, ‘Wat slaven kunnen kunnen godenzonen ook. DE UITEINDELIJKE OVERWINNAAR BEN IK!!’
Na tien plagen en de dood
van zijn eerstgeboren zoon buigt hij nog niet voor de God van Israël.
Oorlogsgeschreeuw, knallende
zwepen en hinnikende paarden. Schrikaanjagend flitst Farao’s leger naar voren. Bij
de zee gekomen springen de paarden met een sierlijke sprong op het laaggelegen
pad door de Rietzee. Ze springen hun dood tegemoet.
‘Als die rare wolk er maar
niet zou zijn,’ denkt de Farao, jagend over het mysterieuze pad, ‘dan kon hij
de slaven meer angst aanjagen…’
En even later: ‘Er is toch
iets raars met dat ding. Kijk er flitsen vurige stralen vanaf… Er lijkt wel een
boos gezicht in te zitten, dat hem aanstaart… Wouw! Dit is echt eng! Dit is….
WEGWEZEN!! Snel.’
Farao keert zijn strijdwagen
om, waardoor de achteropkomende ruiters beginnen te vallen, steigerende dieren,
gehinnik, doodsnood. Dit is dominee D day voor God.
Er staat er geen één meer
overeind.
‘Zee, Ik beveel je, stroom
weer terug!’ klinkt het machtige bevel van God.
Met donderend geraas stort
de watermuur in. Bovenop al die paarden, wagens en ruiters. Bovenop Farao, de
Heer van…
Blupblup.
Hier en daar een hand die
omhoog steekt boven de golven. Daar een paardenkop en trappende poten. Een
omgekeerde helm drijft stroomafwaarts…
En dan stilte. Doodse
stilte.
Aan de overkant van de
rivier barst een applaus los voor de Here, onze God,
die de uiteindelijke overwinnaar is. Halleluja!
Eerbied week 6
Jezus, ik ben u dankbaar
voor alles wat u voor mij deed. Voor de verhoring van mijn gebeden.
We vergeten het zo gauw vader. We nemen ook de tijd er niet
voor om er over na te denken. Dat spijt ons.
Dank u voor elke nieuwe
morgen. Dank u voor elke nieuwe dag. Dank u dat ik met al mijn zorgen bij u
komen mag.
Het is fijn dat we op de
club of in de kerk kunnen nadenken over wat u voor ons doet. Amen.
Opdracht week 6
Gedenken is
belangrijk. Het helpt je niet te vergeten. Je kunt ook foto’s bekijken om niet
te vergeten.
Heb je als
club of zondagsschool ook foto’s als herinnering? Laat ze eens zien en spreek
erover.
Heb je ook
je eigen fotoboek? (Leider, er kunnen pleegkinderen bij zijn die dat niet hebben.
Pijnlijk.)
Wat gedenk
je op de volgende dagen? Schrijf op de stipjes de juiste dag.
|
………………. |
Dat God
ons rust gunt van ons werken. |
|
|
……………….. |
Dat een
moeder kostbaar is. |
|
|
……………….. |
Dat er
soldaten hun leven hebben gewaagd voor ons. |
|
|
………………. |
Dat Jezus
is opgestaan uit de dood. |
|
|
………………… |
Dat Jezus
werd geboren |
|
|
………………… |
Dat Jezus
aan het kruis stierf. |
|
|
………………… |
Dat
dieren belangrijk zijn |
|
|
………………… |
Dat de
heilige Geest werd uitgestort. |
|
|
………………… |
Dat je
werd geboren. |
|
|
………………… |
Dat bomen
belangrijk zijn. |
|
|
………………… |
Dat de koningin
jarig is. |
|
|
…………………. |
Dat
Israël werd bevrijd uit Egypte. |
|
Veteranendag, Pesachfeest,
Boomplantdag, Moederdag, Koninginnedag, Verjaardag,
Pasen, Pinksteren,Kerstfeest, Zondag, Dierendag, Goede
Vrijdag.
Tekst week 6
Psalm 103 :2
Prijs de HEER, mijn ziel, vergeet niet één van zijn
weldaden.
3 Hij vergeeft u alle schuld, hij geneest al uw kwalen,
Van te voren voor elk kind een blaadje maken met deze tekst in
citroensap geschreven. Neem een strijkijzer mee en elk kind mag dan na het
opzeggen van de tekst het papiertje strijken. De tekst verschijnt. Je kunt ook
de tekst éénmaal in wat grotere letters in citroensap
schrijven en dan mag elk kind een woord strijken. Knip de woorden dan wel los.
Activiteit
week 6
# dankbaarheidboekje maken.
geef alle kinderen een opschrijfboekje en laten ze het
versieren. Het is voor thuis om elke dag te gebruiken. Links schrijven ze de onderwerpen
van hun gebed op, bijv. oma is ziek. Rechts schrijven
ze de verhoringen als die er zijn. Oma is weer beter. Je zult versteld staan
hoeveel gebeden verhoord worden. Meten is weten. Zo kun je gedenken wat God
voor je heeft gedaan. Voor de onverhoorde gebeden
geldt: volharden, dat doet een sportman ook.
# maak
een dankbaarheidplant.
Een bloempot, takken,
paperclips en stevig gekleurd karton.
Je kunt de blaadjes ook aan
een slinger hangen.
Schrijf op de blaadjes waar
je dankbaar voor bent.
Dit werkje kan individueel
of gezamenlijk gemaakt worden.
# www.bijbelverhalen.info/materiaal/werkjes122/bemoedigingdoosje.
Quiz week 6
Welk vraagnummer hoort bij welk antwoordnummer
?
Zie de antwoorden onderaan deze pagina
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Hoe heette de heerser van Egypte? |
1 |
Hij was zijn slaven kwijt. |
|
2 |
Wat dacht hij van zichzelf? |
2 |
Paasfeest |
|
3 |
Waarom kreeg
hij spijt van zijn toestemming om de Hebreeën te laten vertrekken? |
3 |
Dan vergeet
je Gods grote daden niet. |
|
4 |
Op welke dag gedenken de Joden dat ze bevrijd werden uit de
slavernij? |
4 |
Dat hij een Godenzoon was. |
|
5 |
Op welke dag gedenken de christenen dat ze bevrijd
werden uit de macht van de zonde? |
5 |
Pesachfeest |
|
6 |
Wat is er zo belangrijk aan gedenken? |
6 |
Dat Jezus
voor ons stierf. |
|
7 |
Wat gedenken de christenen met het avondmaal? |
7 |
Farao |
|
8 |
Waar staat
de wijn voor, tijdens het avondmaal? |
8 |
Jezus’
lichaam, dat voor ons verbroken werd. |
|
9 |
Waar staat het brood voor? |
9 |
Het bloed
van Jezus, dat voor ons vloeide. |
|
10 |
Wat gedenken we met Pinksteren? |
10 |
Dat de
heilige Geest werd uitgestort. |
Boekje: Geschenk van het
opperhoofd