Programma Nr.2
Week 3 Een miskleun
Geschreven
door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)
Lezen
uit de bijbel
week 3 Lezen: Mat. 5:14
14 Jullie zijn het licht in de
wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
15 Men steekt ook geen lamp aan om hem
vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een
standaard, zodat hij
licht geeft voor ieder die in huis is.
16 Zo moet jullie licht schijnen voor de
mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de
hemel.
Verklaring:
‘Het licht’ wil ook zeggen: dat je anderen helpt, door te
laten zien waar er gevaar op de weg is, een kuil of een steen.
Een stad op een berg, dat ben je, want God heeft je
verhoogd. Je bent niet een domoor, maar iedereen kan je zien.
Een korenmaat is een soort maatbeker.
Word je graag gezien, of
blijf je liever onopgemerkt.
Sta je graag in de
belangstelling? Waar kun je mee opvallen. Erger je wel eens aan een kind dat
altijd aandacht krijgt?
Voel je je
soms ergens niet bijhoren?
Stel je voor dat jij
blaadjes rondbrengt voor een supermarkt en dat je daar wat geld mee verdient.
Dan komt er een jochie uit je klas. Hij gaat naast je staan als jij je geld
krijgt. Hij vraagt ook geld, terwijl hij niks gedaan heeft. Hoe vind je dat?
Stel je voor dat je op de
puppy van de buren moet passen. Als je het goed gedaan hebt krijg je een
bioscoopkaartje voor een leuke film. De baas gaat weg en je laat het beestje
gewoon loslopen. Het wordt bijna aangereden door een auto en een grote hond zit
hem achterna. Heb je dan na afloop het bioscoopkaartje verdiend? Waarom niet.
Ongeveer tien minuten
NT23 - HOE VIJF OLIEDOMME MEISJES HET FEEST
MISLIEPEN
Geschreven
door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Stel je eens voor dat een bruidegom een trouwauto besteld had en dat de
chauffeur vergat er genoeg benzine in te doen. Dan stond die bruidegom aan de
kant van de weg en zijn bruid maar wachten. Dan zou zijn feest toch mooi in de
war lopen, hè? In Jezus' tijd had je geen trouwauto's,
maar daarom kon er nog best van alles misgaan. Vooral wanneer je vijf van die
oliedomme lichtdraagsters had als waarover het in het volgende verhaal gaat...
'Judit!!'
Petra holt over het stoffige zandpad. Ze hijgt van het harde lopen. Judit, haar vriendin, die bij de beek kleren zit te wassen,
kijkt verrast op.
'Hé, Petra. Waarom hol je zo hard met deze hitte?'
'Judit... hh... wil
je lichtdraagster zijn?'
Ze wacht niet op antwoord, maar gaat haastig verder. 'Meneer Joël heeft lichtdraagsters
nodig op zijn bruiloft. Doe je het? Dan zijn we met z'n
tienen. Als we ons werk goed gedaan hebben mogen we op het feest komen. Stel je
voor! Joepie!' juicht Judit. 'Een bruiloft.'
Ze pakt haar vriendin bij de schouders. Samen dansen ze in het rond.
Als ze uitgedold zijn, zegt Petra buiten adem: 'Kom gauw mee. We moeten ons
aanmelden bij Amos, de leider van het feest.'
Met de mand wasgoed tussen zich in lopen ze snel naar huis.
Tien opgewonden meisjes verdringen zich om Amos
heen. De een vraagt dit en de ander dat. Hij houdt lachend zijn handen voor de
oren en zegt: 'Hoho! Niet allemaal tegelijk,
alsjeblieft.'
Dan legt hij heel precies uit wat ze moeten doen.
'Het werk is niet moeilijk,' besluit hij, ' Jullie moeten gewoon je
licht laten schijnen op de weg als de bruidegom naar de feestzaal gaat.'
Druk pratend lopen ze even later weer naar huis. Je begrijpt dat er in
de daaropvolgende dagen over niets anders meer wordt gesproken dan over de
komende bruiloft.
Eindelijk is de avond van het grote feest aangebroken. Vlak bij het
dorpje Eskol onder een oude olijfboom, zitten de tien
meisjes. Naast hen op de grond staan hun lampen te branden. De nachtwind speelt
met de vlammetjes. Een meisje vertelt grappen waar iedereen om moet lachen en
Petra fluistert een geheimpje in Judits oor. Maar
langzamerhand wordt het toch stiller onder de olijfboom. De bruidegom blijft zo
lang weg. Het gebabbel houdt op. Ze zijn zo moe. Een voor een vallen ze in
slaap. En de lampen? Die branden door totdat de olie op is. Dan is het voor de
wind een koud kunstje om de vlammetjes uit te blazen. Het is nacht. Het licht
van de bleke maan werpt geheimzinnige schaduwen op de weg. Ineens, toch nog
onverwachts, klinkt het: 'Lang zullen ze leven! Lang zullen ze leven!'
Daar is de stoet. De meisjes schrikken wakker, Vlug, de lampen! Waar
zijn die? In het donker botsen ze tegen elkaar op. Vlug nou toch. Daar flakkert
aarzelend een lichtje. Het is van Judit. Ze heeft
weer olie in de lamp gegoten. Nog een lamp gaat branden en nog een. Vijf
meisjes houden hun lichten hoog.
'Schiet op! ' roepen ze tegen de anderen.
'We hebben geen olie meer,' klinkt het geschrokken. 'Kunnen we niet een
beetje van jullie krijgen?'
Nee, dat kan echt niet. Dan hebben ze straks geen van allen genoeg
olie.
'Ga liever naar Eskol en probeer daar wat
olie te kopen. Als jullie hard hollen haal je ons misschien nog wel in.' stelt
Sara voor. Zo gebeurt ook.
'Zijn jullie maar met z'n vijven?' vraagt Amos verbaasd als de stoet bij hen stilhoudt.
'Ja, de anderen komen zo.' is het antwoord.
'Dan moeten jullie extra goed je best doen. Houdt
je lampen dicht bij de grond. Waarschuw voor stenen en kuilen. Jullie weten wat
de beloning is.'
De vijf meisjes werken voor tien. De bruidegom is dan ook heel tevreden
over hen. Als de deur van de feestzaal openzwaait zien ze hem pas goed. Het
volle licht schijnt op zijn rijkgeborduurde jas en op
zijn bruidegomskroon. Hij lijkt wel een koning.
'Kom binnen, vrienden.' lacht hij, 'Jullie hebben fantastisch goed
geholpen.'
Achter hen wordt de deur met een grendel gesloten.
'Bomberdebomberdebom! Bom, bom!'
Wie bonzen daar zo hard op de deur? Wie roepen daar zo luid?
'Bruidegom doe open!'
Dat zijn de andere vijf meisjes. Ze zijn te laat. De bruidegom laat
zijn bruid en de gasten even alleen. Hij opent de deur en vraagt verstoord:
'Wat komen jullie doen?'
'Wij willen erin!' zegt een van de meisjes brutaal. Nu wordt Joël toch echt kwaad.
'Hoe durf je? Je hebt de anderen het werk laten doen. Mijn feest was
bijna niet doorgegaan door jullie. En nu wil je naar binnen? Schande! Maak dat
je wegkomt. Zulke vrienden kan ik missen als kiespijn.'
Met een klap slaat de deur voor hun neus dicht. Daar staan ze nou.
Binnen wordt gesmuld, gedanst en gelachen. Maar zij staan buiten.
Eerbied
week 3
Ongeveer vijf minuten
Heer Jezus, u maakt mij uw
kind, zodat ik anderen kan helpen.
Dank u voor al de wijsheid
die u mij geeft. Dat ik de wereld beter leer begrijpen door uw woord.
Ik heb zelf ook licht nodig. Uw woord is een licht op mijn pad en een
lamp voor mijn voet. Dank u wel daarvoor.
Soms leven we echt alleen
maar voor onszelf. We denken niet aan anderen die het moeilijk hebben. Vandaag
willen we voor u leven.
Zegen de arme kinderen en de eenzame
kinderen. We denken aan de kinderen die geen vader of moeder hebben. Geef ze
alstublieft lieve pleegouders. Dank u wel Jezus. Amen.
Ongeveer tien minuten
* Hoe groot is een christen?
Object: meetlint
Idee: De grootte van een christen (Ef. 4:15) wordt niet gemeten in centimeters of jaren, maar
aan de manier waarop we liefde betonen.
Vraag: "Wie is er vandaag de grootste
christen in deze ruimte?" (Laat hen roepen). Roep die persoon naar voren.
Laten de kinderen zijn maat nemen: lengte, nek, spierballen enz.).
Vraag dan: "Is dit
echt de manier om de grootte van een christen te meten? Wat zijn goede
christelijke waarden en normen, noem er eens een paar. Wat zou je zeggen van
liefhebben? Kunnen we liefde meten met een centimeter?
We groeien dagelijks—onze lichamen, maar ook
onze ziel en geestelijk. We moeten niet alleen groeien in centimeters, maar ook
in liefde. Hoe gaat onze liefde voor God en mensen groeien? (gebed, naar de
kerk gaan, aanbidding, bijbellezen,
luisteren, van elkaar iets leren, enz.)
*Of:
werkblad 40b De tien bruidsmaagden
Een rechtvaardige komt zevenmaal ten val, maar telkens staat hij op. Spreuken 24: 16
( in de plaats van de a plak je een plaatje van een vallend jongetje.
Een rechtv
rdige komt zevenm
l
ten
v
l,
m
r telkens st
t
hij op.
Spreuken 24:16.
Ongeveer 15 minuten
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
*
Afgewezen of aangenomen.
De vijf
dwaze meisjes hadden mooie kleren aan, ze wilden graag naar het feest, maar ze
dachten niet aan het belang van de bruidegom. Hij moest in de nacht licht
hebben op zijn pad.
Jezus zegt
dat wij ons licht moet laten schijnen. Hoe doe je dat? Lees onderstaande voorbeelden
eens.
Welk lichtje
is aan en welk uit? Zet er een lamp of een kruis onder. Het is niet makkelijk. Je moet goed nadenken en misschien vergis je je wel. Alleen God kent je diepste gedachten. Je kunt ook
beter niet te gauw met je oordeel klaar staan. Maar wel kun je jezelf
onderzoeken. Heer, leer mij om mijn licht te laten schijnen.
X
|
Iemand
woont in een prachtig huis. Hij geeft graag een grote gift aan de kerk, dan
wordt het vermeld in het gemeenteblad. Maar zijn bijbel
gaat zelden open. |
Mahmed haalt geld op voor weeskinderen, maar hij doet het alleen
om interessant te zijn. |
Een
zangeres zingt prachtige liederen over God, maar ze doet het om zichzelf te
horen zingen. |
Iemand wordt
in veel kerken gevraagd om te spreken. Hij heeft een eigen website waar veel
mensen om raad komen vragen, Hij neemt allerlei beslissingen met verstand,
maar vraagt nooit hoe Jezus erover denkt. |
Een moeder
zit de hele nacht bij haar zieke pleegkind en bidt of het beter mag worden. |
|
|
|
|
|
|
|
Een jongen
haalt elke woensdagmiddag boodschappen voor zijn blinde buurvrouw. Soms
blijft hij wel eens praten. Hij leest de buurvrouw voor uit de kinderbijbel. |
Jan zijn zusje is gehandicapt. Als de jongens uit de buurt gaan voetballen
loopt hij met zijn zusje door het park en wijst haar op de mooie bloemen, die
God heeft geschapen. Het zusje begrijpt hem niet eens. |
Mary is
een vrouw die verslaafd is geweest. Ze heeft een afkickcursus gevolgd en is
in Jezus gaan geloven. Nu heeft ze problemen met haar ex, die haar dochtertje
van haar wil laten afpakken. |
Herbert is een dakloze, die als kind naar de zondagsschool ging,
maar later verkeerde dingen is gaan doen. Soms bidt hij tot God als hij geen
eten heeft. Als het erg koud heeft geeft hij zijn deken aan een zwerfster met
een rode neus, omdat ze zo hoest. |
Winny gaat
elke week naar de zondagsschool. Ze kent altijd haar tekst en maakt haar
opdrachten netjes af. Ze houdt veel van Jezus, maar durft er niet op school
over te vertellen. |
|
|
|
|
|
|
|
Sandir is een arme boer in India. De mensen haten hem omdat hij
christen is. Vaak wordt
hij bij de put weggejaagd met stenen. |
Urenlang loopt
Susan door de wildernis om kinderen in afgelegen dorpen te bezoeken. Ze leert
ze lezen en schrijven. Als ze ’s avonds op de harde vloer in slaapt valt,
dankt ze Jezus. |
Margreet is verpleegkundige. Ze heeft altijd een vriendelijk woord
voor iedere patiënt. Op haar werk mag ze niet over God praten, maar
thuisgekomen gaat ze voor al die zieken op haar knieën. |
Maar als
er een kind in de klas thuis moet blijven omdat hij een gebroken been heeft
is |
Nashrin spreekt slecht Nederlands. Ze komt uit Iran, daar moesten
ze vluchten omdat ze Christenen zijn. Ze draagt altijd een zwarte hoofddoek.
Als je bij haar thuis komt zijn haar ouders erg gastvrij. |
|
|
|
|
|
|
Jezus zegt: Wat
je aan één van de minsten hebt gedaan, dat heb je aan mij gedaan.
*Of: Toneelspel over kaarsjes.
Je kunt dit ook klassikaal doen. (bibliodrama) Elk kind speelt dan voor zichzelf, terwijl jij
het verhaal vertelt. Regel
hierbij is: raak elkaar niet aan en luister goed.
Iedereen zoekt een plek in het lokaal waar hij vrij staat.
Er worden
allemaal kaarsjes gemaakt in een kaarsenfabriek. Ze zien er erg mooi uit.
Allerlei vormen. De mooiste zijn gewoon wit en slank.
Ze gaan de wereld in, ieder naar zijn eigen huis. Op een dag merkt één kaarsje
dat ze een deuk in haar kop heeft en bobbels langs haar lijf. Ze kijkt in de
spiegel en schrikt. Ze gaat naar de kaarsendokter en die vertelt dat het door
het aansteken komt. Hij haalt de ergste bobbels weg en het kaarsje wil niet
meer aangestoken worden.
Als er thuis
iemand vraagt: steek je lichtje aan, want het is donker en ik zie niet waar ik
loop, doet ze het niet.
Overal om
haar heen hoort ze gekreun en gejammer, maar ze weigert licht te geven. Tenslotte is er iemand die over haar heen valt en dan is ze
zelf ook gebroken. Een oud, bijna opgebrand kaarsje licht nog even bij en zo
kan ze weer aan elkaar gesmolten worden. Voortaan wil ze wel branden. Als ze
bijna op is komt er een nieuwe kaars binnen, die het licht van haar overneemt.
Iedereen blij.
Quiz week 3
Welk vraag-nummer hoort bij
welk antwoord-nummer ?
Zie de antwoorden onderaan deze pagina
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Wat was de grote miskleun van de vijf dwaze
meisjes? |
1 |
We leven niet voor de lol.
We moeten Jezus helpen met zijn werk. |
|
2 |
Wat was het gevolg van hun fout? |
2 |
Het Onze
Vader. |
|
3 |
Wat is de bedoeling van dit verhaal? |
3 |
Met zout. Als
zout niet zout is, dan heb je er ook niks aan. |
|
4 |
Wat is een
ander woord voor licht? |
4 |
De bruidegom had geen licht genoeg onderweg naar
zijn bruid. Hij kon vallen en zijn mooie kleren vies maken. |
|
5 |
Wie wordt er
met de bruidegom bedoeld? |
5 |
Jezus. |
|
6 |
Hoe kwam men aan olie? |
6 |
Omdat het
feest hierdoor in duigen kon vallen. Ze werden ervoor betaald. |
|
7 |
Deze miskleun werd niet vergeven. Waarom niet? |
7 |
Helemaal
niks. |
|
8 |
In welk gebed bidden we dat Gods Koninkrijk zal
komen? |
8 |
Dat was olijfolie. Die kun je opeten, maar ook
gebruiken voor verlichting. |
|
9 |
Wat heb je
aan licht dat niet wil schijnen? |
9 |
Ze hadden
geen olie meegenomen. |
|
10 |
Waarmee vergelijkt
Jezus ons nog meer, behalve met licht? |
10 |
Wijsheid, liefde, ontferming, helpen, waarschuwen
voor valkuilen. |
Zending: Werken in een krottenwijk of één van de andere boekjes.