Programma Nr.2
Week 1 Een miskleun
Geschreven
door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)
Lezen uit
de bijbel week 1 Genesis 2 :15
God, de HEER, bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te
bewerken en erover te waken.
16 Hij hield hem het volgende voor: ‘Van alle bomen in
de tuin mag je eten,
17 maar niet van de boom van de kennis van goed en
kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’
Verklaring:
Dit is niet om vervelend te
doen, dat God dat verbod instelt, maar omdat het bij de opdracht hoorde. Ze
moesten over de hof waken en die bewerken. Ze waren eigenlijk op een school bij
God. Hij ging hen opleiden. Dit was les één.
Een voorbeeld. Stel dat je
gaat internetten. Dan is een belangrijke opdracht:
Geef nooit je foto of adres aan een onbekende. Er bestaat spam, er kunnen stalkers zijn en mensen kunnen zich anders voordoen
dan ze zijn. Volg deze regel strikt, dan ben je veilig en kun je genieten. Kijk
maar naar het plaatje:
We zijn geen marionetten, maar kunnen zelf
kiezen.
Heb je wel eens een miskleun gehad?
Wat zou je over willen doen, waar heb je spijt van?
Heb je wel eens dingen goed gemaakt?
Als jij Adam of Eva was geweest, zou je dan wel naar God geluisterd hebben?
Heb je wel eens een goede raad in de wind geslagen? Ben je eigenwijs?
Kun je voorstellen dat een verkeerde daad nare gevolgen heeft? Bijv. Iemand maakt een fikkie en er brandt daardoor een school af.
Ongeveer tien minuten
Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
'Juf,
juf, ik ben met mijn vader naar het vliegtuigmuseum geweest... en daar heb ik
een echte ruimtevaartcapsule gezien!' Opgewonden komt Sjoerd op een dag de klas
binnenrennen. De anderen komen gelijk om hem heen staan. Sjonge, wat leuk.
'Hebbie
nog een ruimtevaarder gezien?' vraagt Appie naïef.
'Nee, natuurlijk niet!' antwoordt
Sjoerd lachend. '... Ik ben erin geweest, er zijn allemaal knopjes en
schuifjes. Mijn vader zegt, dat zo'n ding wel
miljarden guldens kost.'
'Zo!' zegt Ymke,
'Je zal hem per ongeluk kapot maken, zeg!'
'Nou, zeker!' stemt Sjoerd in.
'Daarom moet je ook een opleiding volgen om ruimtevaarder te worden en goed
naar het grondstation luisteren, want anders... Pfammm!
Daar gaat je mooie capsule.'
De kinderen praten nog even door
over capsules en ruimtevaarders, maar tenslotte maakt
juf Connie er een eind aan. Ze gaat weer verder
vertellen van Adam en Eva in de mooie tuin. O wee! Daar ging ook al iets mis.
Koning en koningin. Dat waren Adam
en Eva eigenlijk. Ze mochten heersen over de bomen, de bloemen en de dieren.
'Jullie moeten de hof bewerken en
bewaren,' zei Vader God. 'Maar één ding. Blijf van de Boom van Kennis van Goed
en Kwaad af! Je mag er niet van eten, anders zul je zeker sterven. Begrepen?'
Adam en Eva knikten. Erg moeilijk
was dat niet. Er was zoveel te ontdekken. Een hagedisje, dat kon zwemmen of een
hertje met jongen... Ze stonden steeds weer verbaasd van Gods wijsheid en goede
zorg. En wat was het fijn als God bij hen was, met hen wandelde en alles
besprak.
Eén was er, die de band tussen God
en zijn kinderen kapot wilde maken. Het was satan, een opstandige engel, die in
plaats van God de baas wilde zijn. En de slang, het slimste dier van het veld,
wilde hem daarbij wel een handje helpen.
Op een dag gaan Adam en Eva naar
het midden van de hof, waar de Boom des Levens en de Boom van Kennis van God en
Kwaad staan. De slang houdt hen goed in de gaten. Zodra hij merkt dat Eva
alleen staat, kronkelt hij naar haar toe.
'Mogen jullie van geen ene boom
eten?' vraagt hij zeurderig.
Eva draait zich verbaasd om. Praat
de slang?
'Ja hoor! We mogen van alle bomen
eten,' antwoordt ze. 'Alleen niet van die boom daar, anders zullen we sterven.'
Minachtend draait de slang zijn
smalle kop met de koude ogen opzij. Zijn gespleten tong flitst heen en weer.
'Tsss...
sterven? Welnee! God weet gewoon, dat als je daarvan eet, je net als Hij zult
zijn. Dan ken je goed en kwaad!'
Eva blijft als aan de grond
genageld staan. Wat zegt de slang nou? Zou God het daarom verboden hebben? Ze
bekijkt de boom nog eens. Hij ziet er heel normaal uit. De vruchten lijken
sappig en zoet. Voorzichtig steekt ze één vinger uit om te voelen of ze rijp
zijn.
'Wat doe je?'
Het is Adam die achter haar staat.
'Je mag niet aan die boom komen,
weet je wel?' zegt hij vermanend. Eva legt hem uit wat de slang heeft gezegd.
Daar kijkt Adam wel van op. Zou God hen echt dom willen houden, zodat ze niet
zoals Hij zullen worden? Weifelend bekijken ze de boom nog eens van alle
kanten. Niks bijzonders aan te zien. Tenslotte hakt Eva de knoop door. Ze plukt resoluut twee
vruchten en geeft er één aan Adam. Als ze er een hap uit genomen hebben, weten
ze het zeker... De slang heeft gelogen.
Zacht ruisen de bomen in de
avondkoelte. Vader God wandelt door de hof. Hij zoekt zijn kinderen op. Waar
zitten ze toch?
'Adam, Eva, waar zijn jullie?'
roept Hij een paar keer. Eindelijk geven ze antwoord vanuit de bosjes, waarin
ze weggekropen zitten.
'Wij vinden het zo gek dat wij
naakt zijn...' zeggen ze.
Beschaamd komen ze te voorschijn.
O kijk
toch! Om hun middel hebben ze schorten geknoopt van vijgenbladeren.
'Wie heeft jullie wijsgemaakt dat
je naakt bent?' vraagt God streng. 'Hebben jullie soms van die boom gegeten,
waarvan Ik jullie verboden heb te eten?'
Eva begint te huilen en Adam
verontschuldigt zich.
'Die vrouw, die u mij gegeven
hebt, die heeft mij van de vrucht laten eten.' zegt hij.
'De slang heeft me bedrogen,'
snikt Eva.
Ja, daar zit de slang. Doodstil, z'n kop afgewend, z'n ogen gesloten. O, hij haat God.
'Jij slang,'
zegt God woedend, 'Vervloekt ben je. Voortaan zul je op je buik gaan en stof in
je bek krijgen, zolang je leeft. En jij, Satan... Ik zal vijandschap zetten
tussen jou en de vrouw, tussen de mensen die jou willen dienen en haar
nakomelingen. EENS ZAL ER IEMAND GEBOREN WORDEN, DIE JOUW KOP ZAL VERMORZELEN,
HOEWEL JIJ ZIJN HIEL ZAL VERMORZELEN.'
Adam en Eva horen deze woorden en
vergeten ze nooit meer. O ja, Vader God blijft van hen houden, ook al moet Hij
hen streng straffen voor wat ze gedaan hebben. Pijn en verdriet zullen ze
ervaren. De aarde zal vol dorens en distels zijn. Adam zal moeten zwoegen voor
zijn dagelijks brood en ze zullen beiden sterven. Nu ze net als God geworden
zijn en goed en kwaad kennen, mogen ze natuurlijk niet meer bij de Boom des
Levens komen. God stuurt hen weg uit de hof. Een engel met vlammend zwaard moet
de toegang bewaken.
Over de woeste hoogvlakte lopen
Adam en Eva. Ze zijn geen koning en koningin meer. Dat is erg jammer. Maar
toch... van één ding zijn ze zeker. GOD HOUDT NOG STEEDS VEEL VAN HEN, WANT HIJ
MAAKTE ZELF WARME KLEREN VOOR ZE VAN SCHAPENVACHTEN. Eva streelt zacht over het
krulletjesbont en zegt troostend tegen Adam, terwijl ze zijn hand pakt: 'Ik
hoop maar dat die man, die God beloofd heeft, gauw komt.'
Nu zitten alle kinderen weer te
rekenen, op één na. Dat is Ymke. Ze denkt steeds weer
aan het verhaal terug en ook aan wat ze gisteren heeft gedaan. Tenslotte krabbelt ze een vraag op een briefje voor de juf.
Weet je wat erop staat?
'Juf,
houdt God ook nog van je als je hebt gestolen?'
Eerbied week 1 Ongeveer vijf minuten
Dankuwel,
Heer Jezus dat u ook nog van ons houdt als we fouten maken. U laat ons niet
zomaar vallen.
We vinden
het niet leuk dat er allemaal regels en wetjes zijn. Toch danken we u voor de
tien geboden. Het is veilig om ze te houden. Net als ons bloed, dat in de
bloedvaten moet blijven anders gaat het goed mis.
Er zijn
rechters en advocaten. Er is politie om de regels te handhaven. Wij vinden het
niet leuk als onze spullen worden gestolen. Dus moeten we dat ook niet bij een
ander doen
Als we stil
luisteren spreekt u in ons hart. U zegt dat we dit of
dat niet moeten doen of juist wel. Leer ons naar uw wil te handelen. Dan worden
we gelukkig in ons leven. Dank u ook voor ouders en opvoeders. Amen
# Maak een vlek met
gekleurde inkt op een vel tekenpapier. Vouw het blad dubbel als het nog nat is.
Goed aandrukken, openen. Er staan er dubbele rake vlek op. Maak daar iets moois
van, bijv. een vlinder.
# De changeerzak laten zien. Dat is een soort collectezak met een mechaniekje
erin, waardoor een tweede binnenzak te voorschijn komt. Knip een
zakdoekje/sjaaltje doormidden. Maak op de ene helft een vieze vlek. Gebruik de
changeerzak op de normale manier. Vertel erbij: Als God in ons hart kijkt, dan
is daar soms een zonde, die je niet beleden hebt. Haal het vieze doekje eruit.
Laat een kind voelen of de zak echt leeg is, draai hem eventueel zelf even binnenste
buiten. Changeer dan ongemerkt. Ik doe dat meestal
door de zak tegen me aan te houden en een gebed voor te bidden. Laat een kind
dan het (andere) doekje tevoorschijn halen. Het is schoon. Succes.
# Nog een trucje. Neem twee
A-viertjes. Leg ze op elkaar en vouw dubbel. Knip twee identieke harten eruit.
Vouw samen in de lengte
dubbel en nog een keer in de breedte. Kan het nog kleiner? Doe het dan. (Dus de
vouwen zijn bij beide hartjes hetzelfde.) Het ene hart vouw je op en houd je
vast tegen de linkerachterkant van het hart dat wordt getoond.
Houd ze heel goed op elkaar.
Dat is een handigheidje. Je kunt het ook met een likje lijm vastplakken, maar
soms is dat te zien aan de voorkant.
Dan ga je vertellen. Je
vertelt een verhaal dat je hart wordt gescheurd. Je scheurt een stuk af van het
bovenste hart, dat naar de kinderen is gericht. Maar het achterste hart scheur
je natuurlijk niet. Meestal kun je nog wel een scheur maken. Je legt al die
kapotte stukken op elkaar. Al pratend draai je dan het pakketje om. Dan heb je
het hart naar de kinderen gericht. Al vertellend vouw je het open. Het is net
alsof het gescheurde hart weer heel is geworden. De kinderen willen altijd je
trucje leren. Houd je geheim voor jezelf. Dat is spannender.
Of leer het hen en leer het
hen dan ook thuis gebruiken.
Het verhaal erbij gaat dus
over het herstel van een gescheurd hart door de Here
God. Veel oefenen!
Wij dwaalden rond als
schapen,
ieder zocht zijn eigen weg;
maar de wandaden van ons allen
liet de HEER op
hem neerkomen.
Laat de
kinderen in de rondte lopen bij de eerste twee regels.
Bij de
laatste regels stilstaan met de armen wijd en bij het woord neerkomen het hoofd
laten knakken.
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
# In de
kring zitten. Geef een stokje door tijdens een lied. Als de muziek
afgezet wordt, willekeurig, dan moet degene die het stokje heeft een
spreekwoord afmaken. Als hij/zij het niet kan is heeft hij een straftouwtje,
een gekleurd draadje als ketting om zijn nek. Omdat veel kinderen tegenwoordig
niet zo goed zijn in spreekwoorden, kun je ook de antwoorden op strookjes schrijven en neerleggen/ophangen. Dan moeten
ze kiezen. Wie de minste touwtjes heeft wint.
Hier volgen de spreekwoorden:
|
Wie een kuil graaft voor een ander |
valt er zelf in. |
|
Een gewaarschuwd man |
telt voor twee. |
|
De bal |
misslaan. |
|
Al is een leugen nog zo snel |
de waarheid achterhaalt hem wel. |
|
Wie zijn billen brandt moet |
op de blaren zitten. |
|
Een leugentje om |
bestwil. |
|
Wie het laatst lacht |
lacht het best. |
|
Gestolen geld |
gedijt niet. |
|
Zijn handen wassen in |
onschuld. |
|
Zo de waard is |
vertrouwt hij zijn gasten. |
|
De vogel is |
gevlogen. |
|
Wat jij niet wilt dat jou geschiedt |
doe dat ook bij een ander niet. |
|
Eerlijkheid |
duurt het langst. |
|
Wie goed doet |
goed ontmoet. |
|
Achter de wolken |
schijnt de zon. |
|
Hij kan de zon |
niet in het water zien schijnen. |
|
We zullen dit varkentje |
wel eens wassen. |
|
Het gaat het ene oor in |
het andere uit. |
|
Men noemt geen koe bont |
of er zit wel een vlekje aan. |
|
Zo gewonnen |
zo geronnen. |
|
Veel beloven en weinig geven |
doen de gekken in vreugde leven. |
Quiz week 1
Welk vraag-nummer hoort bij
welk antwoord-nummer ?
Zie de antwoorden onderaan deze pagina
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Wat had God Adam en Eva verboden |
1 |
De slang |
|
2 |
Van welke boom mochten ze wel eten? |
2 |
Kleren van
dierenvellen. |
|
3 |
Wat maakten ze zelf voor kleren? |
3 |
Kleren van
vijgenbladeren. |
|
4 |
Wat maakte God voor hen nadat ze gezondigd hadden? |
4 |
De Boom van
het Leven. |
|
5 |
Wie gaf Adam de schuld? |
5 |
Op zijn buik
kruipen en stof eten. |
|
6 |
Wie gaf Eva de schuld? |
6 |
Het
nageslacht van Eva zou de kop van de slang verbrijzelen. |
|
7 |
Wat moest de slang voortaan? |
7 |
Om van de boom te eten van Kennis van Goed en
Kwaad. |
|
8 |
Wie bewaakten de hof? |
8 |
Cherubs met vlammend zwaard. |
|
9 |
Wat beloofde God? |
9 |
Jezus. |
|
10 |
Wie was die beloofde die de Satan heeft verslagen? |
10 |
Eva |
Powerpoint: Een nieuw begin.