Je kunt verleid worden om
het verkeerde te doen, maar ook om het goede te doen.
We hebben het nu over
verleid worden om het verkeerde te doen.
God geeft ons daarvoor defensieve
wapens en offensieve. Die moeten we gebruiken. Een schild is
defensief, verdedigend,
en een zwaard is offensief, dat betekent aanvallen. Dit
doe je met je woorden. We hebben beide nodig.
Zet onderstaande zaken eens
in het goede rijtje.
|
Defensief… een schild |
|
Offensief…. Een zwaard |
|
|
Met goede vrienden omgaan |
|
|
|
Ouders die op je letten |
|
|
|
Zeggen: Ben je gek
geworden? |
|
|
|
De computer in de
woonkamer zetten |
|
|
|
Niet te uitdagend gekleed
zijn |
|
|
|
Zeggen: Hier komt alleen
maar rottigheid van. |
|
|
|
Weglopen van het gevaar |
|
|
|
Zeggen: Zou ik zondigen en
zo’n groot kwaad doen? |
|
|
|
Het durven vertellen als
er iets fout gegaan is tegen je ouders of een volwassene. |
|
|
|
Weten dat God van je houdt
en dat hij je mooi vindt zoals je bent. |
|
|
|
Weten dat God een plan
voor je leven heeft |
|
|
|
Weten dat je lichaam een
tempel van de Heilige Geest is. |
|
|
|
Het woord van God kennen
door teksten te leren |
|
|
|
Zeggen: Daar doe ik niet
aan mee |
|
|
|
Je niet op gevaarlijke
plekken begeven |
|
|
|
Zeggen: Je mag niet stelen |
|