Opdracht   week 8    

Ongeveer tien minuten

 

Je kunt verleid worden om het verkeerde te doen, maar ook om het goede te doen.

We hebben het nu over verleid worden om het verkeerde te doen.

God geeft ons daarvoor defensieve wapens en offensieve. Die moeten we gebruiken. Een schild is defensief, verdedigend,  en een zwaard is offensief, dat betekent aanvallen. Dit doe je met je woorden. We hebben beide nodig.

Zet onderstaande zaken eens in het goede rijtje.

 

 

 

Defensief… een schild

Offensief…. Een zwaard

 

Met goede vrienden omgaan

 

 

Ouders die op je letten

 

 

Zeggen: Ben je gek geworden?

 

 

De computer in de woonkamer zetten

 

 

Niet te uitdagend gekleed zijn

 

 

Zeggen: Hier komt alleen maar rottigheid van.

 

 

Weglopen van het gevaar

 

 

Zeggen: Zou ik zondigen en zo’n groot kwaad doen?

 

 

Het durven vertellen als er iets fout gegaan is tegen je ouders of een volwassene.

 

 

Weten dat God van je houdt en dat hij je mooi vindt zoals je bent.

 

 

Weten dat God een plan voor je leven heeft

 

 

Weten dat je lichaam een tempel van de Heilige Geest is.

 

 

 

Het woord van God kennen door teksten te leren

 

 

Zeggen: Daar doe ik niet aan mee

 

 

Je niet op gevaarlijke plekken begeven

 

 

Zeggen: Je mag niet stelen