1. Slachtoffers en daders
|
|
2. Verleiding
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3. Overwin het kwade door het
goede |
|
4. Wraak
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5. God weet alles van
je
|
|
6. Verzoening
|
|
|
|
|
Jozef is een
voorafschaduwing van Jezus
Hij werd de
redder van zijn volk.
Jozef had een
droom (Jezus heeft een boodschap)
Bespot door zijn
broers (Jezus werd bespot door zijn volksgenoten)
In een put
gegooid (overgeleverd aan de Romeinen)
Voor geld verkocht.
Vergaf zijn
vijanden
Verzoent ons met
de Vader
Jozef verzamelde
graan (Jezus was het brood des levens)
Jozef regeerde
en Jezus is koning der koningen. Eenmaal zal elke knie zich buigen.