Lezen uit de Bijbel     week 6

Handelingen 4:32 ev.

 

De groep mensen die het geloof had aanvaard, leefde eendrachtig samen. Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijk. De apostelen bleven met grote kracht getuigen van de opstanding van de Heer Jezus, en God begunstigde allen rijkelijk. Niemand onder hen leed enig gebrek: wie een stuk grond of een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen en legde die aan hun voeten neer, waarna het geld naar behoefte onder de gelovigen werd verdeeld.

Een van hen was Josef, een Leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen, wat in onze taal ‘zoon van de vertroosting’ betekent. Hij bezat een akker, die hij verkocht, waarna hij het geld naar de apostelen bracht.

 

Verklaring:

Hier lees je hoe de kerk in het begin was.

eendrachtig zonder ruzie te maken

De apostelen dat zijn de discipelen.

Getuigen dat is vertellen wat ze zelf meegemaakt hadden.

Begunstigde dat is dat Hij hen zegende. Niemand kwam iets te kort.

 

In deze eerste kerk was veel liefde en opofferingsgezindheid. Als je blij bent dat je door Jezus een nieuw begin hebt kunnen maken in je leven dan ga je het ook aan anderen vertellen. Tot aan het uiterste der aarde. Dat heet zending of evangelisatie. (als het wat dichter bij huis is)