Vertellen  week 49    

KE 20 Messen of Jezus. (Echt gebeurd)

(Door Josine)

 

Rennen, rennen, vlugger!

Op een donkere avond voor kerst rent een bruine jongen van een jaar of dertien over het achterpaadje tussen de huizen van een grote stad. Doodsangst staat op zijn gezicht te lezen, zijn hart bonst in zijn lichaam... Nog een paar stappen en dan snel naar binnen en de deur op slot! Hijgend overlegt hij met zichzelf. Als ze hem achterna komen? Wat dan?  Hij móet moeder bellen... op haar werk. Zenuwachtig tasten zijn vingers naar de bekende cijfers. Pech, zeg! Moeder is al weg. De ouders van één van z'n vriendjes dan maar? Of zijn oom... In een paar minuten belt hij wie hij maar bellen kan.

Wie is die bruine jongen en waarom wordt hij bedreigd?

 

Al een hele tijd is Carlo op het verkeerde pad. Hoe het gekomen is, weet hij niet, maar het heeft beslist te maken met angst. Sinds zijn jongere broer naar een naschoolse opvang gaat, heeft Carlo thuis het rijk alleen. Niemand die hem meer op de vingers kijkt of alles aan moeder verklikt. Hij besteedt minder aandacht aan zijn huiswerk en meer aan agressieve films. En daardoor kwam die onrust... Hoewel zijn moeder niet wil dat hij kinderen binnen laat als zij er niet is, zit de kamer regelmatig vol met jongens en meisjes van twijfelachtige reputatie.

'Wat gebeurt daar toch allemaal?' vragen de buren zich wel eens af.

 

Het begon op een zaterdagavond in november toen Carlo na een bezoek aan zijn neven door het donker naar huis moest. De grote stad is altijd al gevaarlijk, maar 's avonds na tienen helemaal. Carlo krijgt, zonder dat zijn tante het weet, van één van zijn neven een groot zakmes mee. Tijdens de rit naar huis houdt hij steeds zijn hand op het mes en fantaseert over de momenten dat hij het zou moeten gebruiken. Zorgvuldig houdt hij z'n medereizigers in de gaten. Is er niemand die hem volgt?...

Sindsdien is Carlo gek op messen. Hij koopt steeds nieuwe van zijn zakgeld. Als hij ze aan zijn vrienden toont, stijgt hij in hun bewondering.

'Kun je er voor ons ook niet één kopen?' bedelen ze. Zo begint Carlo zijn handeltje. In een oude handdoek onder in zijn kast, bewaart hij tien messen, het zakmes, een ploertendooier en een buks. Van alle kanten komen er nu, met een zekere regelmaat,

jongens bij hem aanbellen om een deal te sluiten. 't Is onbegrijpelijk dat z'n moeder niets merkt.

 

Op een dag in december vraagt één van zijn zogenaamde vrienden: 'Zeg, Carlo, zie jij Henry nog wel eens?'

Ja, Carlo zoekt hem regelmatig op. Henry is een kaalgeschoren junk van een jaar of twintig. Hij heeft altijd wel wat bijzondere dingen te koop. 

'Zeg hem dan: 'Henry, kom woensdag om twee uur in het park bij de zandbak.' Afgesproken?'

En dit onschuldig lijkende boodschapje wordt Carlo noodlottig. Henry werd namelijk finaal afgetuigd door een dealer, vanwege één of ander vies zaakje. En dus beschouwt hij Carlo als een verrader. Zo kwam het dat Carlo voor zijn leven moest lopen.

 

'Wat is er nou toch aan de hand?' denkt Carlo's moeder als ze de straat in komt rijden. De auto van haar broer voor de deur? En zoveel mensen binnen? Zelfs de drie honden van Carlo's vriendje lopen te rennen door het huis. Carlo zelf zit te bibberen op de bank.

Met horten en stoten wordt ze op de hoogte gesteld van de dingen die gebeurd zijn. Wat een schrik. Maar die schrik wordt nog erger als Carlo later, onder vier ogen, nog eens nader aan de tand wordt gevoeld.

 

Het is avond. Een bescheiden belletje doet Carlo's moeder opschrikken. Het is gelukkig alleen maar Belle, de buurvrouw. Belle heeft begrepen dat er problemen zijn en nu komt ze een kerststukje brengen. Wat is Carlo's moeder blij, dat ze even haar hart kan luchten.

'Wat heb ik toch verkeerd gegaan?' vraagt ze aan Belle. 'Ik weet het niet meer!'

Gelukkig kan Belle goed luisteren. En ze kent de Heer Jezus. Hij is de enige weg naar herstel.

 

Die kerst gaat Carlo met z'n moeder en broertje voor het eerst naar de kerk, uitgenodigd door Belle. Ze voelen er zich op een vreemde manier toch thuis. O nee, de problemen zijn niet meteen opgelost. Er moet nog veel gepraat worden en veel geregeld. Carlo zelf moet ervoor kiezen om een andere weg te gaan. Maar met Jezus komen ze er zeker uit. Dat staat zo vast als een huis.