Door Josine de Jong
(Een waar
gebeurd verhaal, de naam Achmed is echter gefingeerd.
Achmed betekent
waarheid.
Toen Achmed’s moeder overleed veranderde zijn leven totaal. Zijn
vader was een van de rijkste sjeiks in Hebron en het
was dus niet moeilijk om een paar andere vrouwen voor haar in de plaats te
huwen. Achmed werd niet aardig behandeld door die
andere vrouwen en zijn vader zag hij bijna nooit. Zodoende kwam hij na een tijd
op straat terecht. Daar ging hij om met een groep jongens die bij Hamas aangesloten waren.
Waar ze op
uit waren was duidelijk. Ze wilden zelfmoordenaars werven voor de jihad. Achmed werd als vriend binnengehaald en al spoedig leerden
ze hem de Joden te haten. Geweld was volgens hen de enige oplossing voor een
betere wereld. Achmed leerde ook bommen maken. Dat
was een riskant werkje. Op een keer ontplofte er één tot zijn grote ontzetting
midden in het gezicht van zijn beste vriend.
‘Hier wil
ik niet meer aan mee doen!’ besloot Achmed dodelijk
beangst en hij liep weg bij de Hamas. Hoewel hij ver
weg in Betlehem onderdook hadden zijn vroegere
‘vrienden’ hem al gauw weer gevonden. Ze sloegen hem tot bloedens toe, zodat
hij voor dood op straat bleef liggen. Met de ambulance werd hij naar het
ziekenhuis gebracht, waar hij drie maanden verpleegd werd.
‘Ik moet
hier weg,’ dacht Achmed,
‘maar waar naar toe? Als dit mijn vijanden zijn geworden, dan zijn de Joden
mijn vrienden.’
Hij wist
via een bepaalde grensovergang Israël binnen te komen en vluchtte naar Haifa. Geen familie, geen huis, geen inkomsten… wat was Achmed er slecht aan toe. Gelukkig is het in Israël het
grootste deel van het jaar erg droog en kan men heerlijk op het strand slapen.
Op een
mooie avond zag hij jongelui op het strand zitten rondom een kampvuur. Ze
zongen liederen en dansten. Het klonk zo mooi, dat de jongen er een kijkje ging
nemen. Ze gaven hem wat te eten en te drinken en voordat hij wegging ook nog
een bon voor een gratis kop koffie in een koffiebar, waar een zekere Avi, een voorganger uit Haifa,
aanwezig was om met hem te praten.
Gratis
koffie? Dat leek Achmed wel wat. De volgende dag al
ging hij er naar toe.
Avi, een
vriendelijke nederige man schrok wel even toen Achmed
hem zijn verhaal vertelde. Stel je voor. Er zat een Arabische zelfmoordenaar in
zijn koffieshop.
‘Heer, help
me alstublieft. Wat moet ik zeggen?’ Een snel gebed steeg op naar boven.
In de kerk
werd Achmed liefdevol opgevangen. Hij kreeg eten,
kleding, vrienden. Hij nam de Heer Jezus aan als zijn redder en werd gedoopt.
Eigenlijk had hij weer een familie gekregen, waar hij zo naar had verlangd.
Maar na een
paar maanden was Achmed verdwenen. Niemand wist wat
er met hem gebeurd was. Er werd veel voor hem gebeden, maar alleen God wist
waar hij zat. Tot er een brief kwam voor Avi waarin
stond: ‘Lieve broeder Avi, kom me alsjeblieft
opzoeken. Ik zit in de gevangenis en heb niemand als familie behalve jullie.
Breng me schone kleren en toiletspullen alsjeblieft. En doe er alsjeblieft een
Arabische bijbel bij! ’
Ja hoor, de
Israëlische politie had Achmed opgepakt denkende dat
hij een terrorist was.
De
gevangenis was helemaal in het noorden van Israël. Maar Avi
reisde er toch naar toe.
Daar stond
hij voor de poort met tientallen moslims, die duidelijk zagen dat hij een jood
was. Ze keken dreigend zijn richting uit vol wantrouwen en haat.
Avi bad
voortdurend om bescherming tot Jezus.
Plotseling
werd hij opgemerkt door een politieman, die hem begon te ondervragen. Dachten
ze soms dat hij met de vijand heulde?
‘Wat doe
jij hier?’ vroegen ze bars.
‘Heer, wat
moet ik zeggen?’
De Heer
zei: ‘Avi, vrees niet, ik geef je een preekstoel.’
Avi vatte
moed en begon heel hard te praten: ‘Ik ben hier voor mijn vriend Achmed. In de Koran staat over Jezus gesproken en Jezus
leerde ons dat we onze vijanden moeten liefhebben. Hij is een profeet vol
vrede. Hij stierf voor onze zonden aan het kruis. Achmed
is dus mijn vriend en ik kom hem bezoeken.’
Het was
doodstil geworden. De moslims hadden alles gehoord wat er werd gezegd en daar
konden ze niet boos over worden.
Wat deed de
agent? Hij liet omroepen in de gevangenis: ‘Achmed,
de profeet Jezus is voor jou gekomen.’ Alle duizend gevangenen hoorden het.
Later,
nadat hij weer vrijgelaten was, vertelde Achmed dat
er heel veel gevangenen naar hem toe waren gekomen om te vragen wat dat toch
voor een profeet was die hem had opgezocht. Achmed
had zijn Arabische bijbel geopend en het evangelie
verspreid.
Heb je wel
eens in de krant gelezen dat een Jood en een zelfmoordenaar elkaar omhelsden?
Nee? Toch is het gebeurd. Wat ze in de kranten schrijven is niet altijd de
volle waarheid. Maar dat Jezus ons leert onze vijanden lief te hebben is een
waarheid als een koe.