Vertellen  week 47    

 

Achmed, de zelfmoordenaar die de waarheid vond

Door Josine de Jong

(Een waar gebeurd verhaal, de naam Achmed is echter gefingeerd.

Achmed betekent waarheid.

 

Toen Achmed’s moeder overleed veranderde zijn leven totaal. Zijn vader was een van de rijkste sjeiks in Hebron en het was dus niet moeilijk om een paar andere vrouwen voor haar in de plaats te huwen. Achmed werd niet aardig behandeld door die andere vrouwen en zijn vader zag hij bijna nooit. Zodoende kwam hij na een tijd op straat terecht. Daar ging hij om met een groep jongens die bij  Hamas aangesloten waren.

 

Waar ze op uit waren was duidelijk. Ze wilden zelfmoordenaars werven voor de jihad. Achmed werd als vriend binnengehaald en al spoedig leerden ze hem de Joden te haten. Geweld was volgens hen de enige oplossing voor een betere wereld. Achmed leerde ook bommen maken. Dat was een riskant werkje. Op een keer ontplofte er één tot zijn grote ontzetting midden in het gezicht van zijn beste vriend.

 

‘Hier wil ik niet meer aan mee doen!’ besloot Achmed dodelijk beangst en hij liep weg bij de Hamas. Hoewel hij ver weg in Betlehem onderdook hadden zijn vroegere ‘vrienden’ hem al gauw weer gevonden. Ze sloegen hem tot bloedens toe, zodat hij voor dood op straat bleef liggen. Met de ambulance werd hij naar het ziekenhuis gebracht, waar hij drie maanden verpleegd werd.

‘Ik moet hier weg, dacht Achmed, ‘maar waar naar toe? Als dit mijn vijanden zijn geworden, dan zijn de Joden mijn vrienden.’

Hij wist via een bepaalde grensovergang Israël binnen te komen en vluchtte naar Haifa. Geen familie, geen huis, geen inkomsten… wat was Achmed er slecht aan toe. Gelukkig is het in Israël het grootste deel van het jaar erg droog en kan men heerlijk op het strand slapen.

 

Op een mooie avond zag hij jongelui op het strand zitten rondom een kampvuur. Ze zongen liederen en dansten. Het klonk zo mooi, dat de jongen er een kijkje ging nemen. Ze gaven hem wat te eten en te drinken en voordat hij wegging ook nog een bon voor een gratis kop koffie in een koffiebar, waar een zekere Avi, een voorganger uit Haifa, aanwezig was om met hem te praten.

Gratis koffie? Dat leek Achmed wel wat. De volgende dag al ging hij er naar toe.

Avi, een vriendelijke nederige man schrok wel even toen Achmed hem zijn verhaal vertelde. Stel je voor. Er zat een Arabische zelfmoordenaar in zijn koffieshop.

‘Heer, help me alstublieft. Wat moet ik zeggen?’ Een snel gebed steeg op naar boven.

 

In de kerk werd Achmed liefdevol opgevangen. Hij kreeg eten, kleding, vrienden. Hij nam de Heer Jezus aan als zijn redder en werd gedoopt. Eigenlijk had hij weer een familie gekregen, waar hij zo naar had verlangd.

Maar na een paar maanden was Achmed verdwenen. Niemand wist wat er met hem gebeurd was. Er werd veel voor hem gebeden, maar alleen God wist waar hij zat. Tot er een brief kwam voor Avi waarin stond: ‘Lieve broeder Avi, kom me alsjeblieft opzoeken. Ik zit in de gevangenis en heb niemand als familie behalve jullie. Breng me schone kleren en toiletspullen alsjeblieft. En doe er alsjeblieft een Arabische bijbel bij! ’

Ja hoor, de Israëlische politie had Achmed opgepakt denkende dat hij een terrorist was.

 

De gevangenis was helemaal in het noorden van Israël. Maar Avi reisde er toch naar toe.

Daar stond hij voor de poort met tientallen moslims, die duidelijk zagen dat hij een jood was. Ze keken dreigend zijn richting uit vol wantrouwen en haat.

Avi bad voortdurend om bescherming tot Jezus.

Plotseling werd hij opgemerkt door een politieman, die hem begon te ondervragen. Dachten ze soms dat hij met de vijand heulde?

‘Wat doe jij hier?’ vroegen ze bars.

‘Heer, wat moet ik zeggen?’

De Heer zei: ‘Avi, vrees niet, ik geef je een preekstoel.’

Avi vatte moed en begon heel hard te praten: ‘Ik ben hier voor mijn vriend Achmed. In de Koran staat over Jezus gesproken en Jezus leerde ons dat we onze vijanden moeten liefhebben. Hij is een profeet vol vrede. Hij stierf voor onze zonden aan het kruis. Achmed is dus mijn vriend en ik kom hem bezoeken.’

Het was doodstil geworden. De moslims hadden alles gehoord wat er werd gezegd en daar konden ze niet boos over worden.

Wat deed de agent? Hij liet omroepen in de gevangenis: ‘Achmed, de profeet Jezus is voor jou gekomen.’ Alle duizend gevangenen hoorden het.

Later, nadat hij weer vrijgelaten was, vertelde Achmed dat er heel veel gevangenen naar hem toe waren gekomen om te vragen wat dat toch voor een profeet was die hem had opgezocht. Achmed had zijn Arabische bijbel geopend en het evangelie verspreid.

 

Heb je wel eens in de krant gelezen dat een Jood en een zelfmoordenaar elkaar omhelsden? Nee? Toch is het gebeurd. Wat ze in de kranten schrijven is niet altijd de volle waarheid. Maar dat Jezus ons leert onze vijanden lief te hebben is een waarheid als een koe.