Lezen uit de bijbel week 46
Psalm 32
Gelukkig de
mens van wie de ontrouw wordt vergeven,
van wie
de zonden worden bedekt.
2 Gelukkig
als de HEER zijn schuld niet telt,
als in
zijn geest geen spoor van bedrog is.
3 Zolang
ik zweeg, teerden mijn botten weg,
kreunend
leed ik, de hele dag.
4 Zwaar
drukte uw hand op mij, dag en nacht,
mijn
kracht smolt weg als in de zomerhitte.
5 Toen
beleed ik u mijn zonde,
ik dekte
mijn schuld niet toe,
ik zei:
‘Ik beken de HEER mijn ontrouw’ –
en u vergaf
mij mijn zonde, mijn schuld.
6 Laten
uw getrouwen dus tot u bidden
als zij
in zichzelf een zonde vinden.
Stormt dan
een vloed van water aan,
die zal
hen niet bereiken.
7 Bij
u ben ik veilig, u behoedt mij in de nood
en
omringt mij met gejuich van bevrijding. sela
8 ‘Ik
geef inzicht en wijs de weg die je moet gaan.
Ik geef
raad, op jou rust mijn oog.
9 Wees
niet redeloos als paarden of ezels
die met
bit en toom worden bedwongen,
dan zal
geen kwaad je treffen.’
10 Een
slecht mens heeft veel leed te verduren,
maar wie
op de HEER vertrouwt wordt met liefde omringd.
11 Verheug
u in de HEER, rechtvaardigen, en juich,
zing het
uit, allen die oprecht zijn van hart.
Verklaring
Deze psalm gaat
over zondigen en vergeving ontvangen
Redeloos: dat wil zeggen zonder verstand.