Ongeveer 15 minuten
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
*Zonden
belijden.
We weten dat God in Christus onze zonden vergeven heeft als we
zijn kind worden. Dat is eenmalig. Je hoeft niet elke dag opnieuw een kind van
je ouders te worden en dus ook niet een kind van God. God heeft al je zonden
vergeven van het verleden van vandaag en van de toekomst. Punt uit.
Het is net als bij de verloren zoon: Vader, ik ben niet
waardig uw kind te zijn… Maar de vader zegt: Je bent en blijft mijn kind.
Zonden belijden betekent eigenlijk dat je hetzelfde zegt als God. Je bent het met
hem eens, dat liegen en stelen niet goed is. Daarom zeg je eigenlijk tegen God:
Ik ben uw kind en ik heb u teleurgesteld, maar ik wil nog steeds wat u ook wil.
Langzamerhand word je volwassen in het geloof. Helemaal
zonder zonden wordt je niet, maar je groeit wel.
Spel: Maak tweetallen blaadjes met namen van dieren.
Evenveel als er kinderen zijn.
Doe de dichtgevouwen blaadjes in een doosje en laat de
kinderen er één uitvissen. Ze mogen niet zeggen wat ze zijn maar moeten zich
door de zaal heen verspreiden. Ze mogen op een teken van jou door elkaar heen
lopen en moeten daarbij het geluid maken dat hun dier maakt.
Als ze hun partner hebben gevonden stellen ze zich op een
afgesproken plaats op.
Elk stel krijgt dan een pen en papier en ze moeten in de
zaal bij elkaar gaan zitten en iets opschrijven waar ze het samen over eens zijn.
Het moet gaan over goede of slechte dingen. Bijv. we
vinden samen dat spieken fout is en we denken het zus of zo op te lossen.
Schrijf het op.
Kom na een bepaalde tijd weer plenair
bij elkaar en bespreek wat ze hebben opgeschreven.
*Spel : Wat is er weg?
Leg een aantal dingen die iets over
vergeven vertellen op een tafel. Doe er een doek overheen. De kinderen mogen er
een minuut naar kijken. Dan gaat er één kind op de gang en een ander kind neemt
iets weg. Kan het kind op de gang als het terugkomt raden
wat er ontbreekt? Daarna een ander kind.
Dingen: een stuk zeep, keukenrol, stufje, veger,
ansichtkaart, plastic kus, afwasmiddel, krijt,
zakdoek, ring, schoenen, bijbel, water, enz.
*Een groot kartonnen
kruis beplakken met foto’s of artikelen uit de krant.
Afsluiten met gebed.